Begrip
Redelijk vermoeden van schuld
Een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit is de drempel waarop iemand verdachte wordt in de zin van art. 27 Sv. Het vermoeden moet gebaseerd zijn op feiten en omstandigheden — niet op buikgevoel of vooroordeel.
Voorbeelden van objectieve gronden: een verklaring van een aangever, eigen waarneming van een opsporingsambtenaar, sporen op de plaats delict, bekentenissen, of camerabeelden. Pas vanaf het moment dat iemand verdachte is, gelden de strafvorderlijke waarborgen (cautie, recht op raadsman) en mogen dwangmiddelen worden ingezet.