Het nieuwe Wetboek van Strafvordering is aangenomen — en toch verandert er nu niets
Gepubliceerd op 14 augustus 2026
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering is aangenomen — en toch verandert er nu niets
Op 24 februari 2026 nam de Eerste Kamer het nieuwe Wetboek van Strafvordering met ruime meerderheid aan. Op 13 maart verschenen beide vaststellingswetten in het Staatsblad. Daarmee is de grootste herziening van het strafprocesrecht in honderd jaar een feit — op papier.
In de praktijk verandert er voorlopig niets. De beoogde inwerkingtreding is 1 april 2029, en alle onderdelen treden tegelijk in werking. Tot die dag geldt het wetboek uit 1926, met de artikelnummers die je nu leert.
Wat er precies is aangenomen
Het nieuwe wetboek is vastgesteld in twee vaststellingswetten. De Tweede Kamer stemde daar op 1 april 2025 mee in, de Eerste Kamer op 24 februari 2026. Publicatie volgde op 13 maart 2026, in Staatsblad 56 en 57.
Klaar is het wetgevingstraject daarmee niet. De eerste aanvullingswet ging op 24 maart 2026 naar de Tweede Kamer, een tweede aanvullingswet is in consultatie gegaan, en er komt nog een invoeringswet met het overgangsrecht. Die wetten kunnen de tekst tot aan de invoering nog aanpassen. Wat er nu in het Staatsblad staat, is dus de basis — niet per se de eindtekst.
Van één lange reeks naar acht boeken
De belangrijkste verandering is de ordening. Het huidige wetboek is bijna een eeuw lang stukje bij beetje uitgebreid, met alle bijbehorende letterartikelen als gevolg. Het nieuwe wetboek bestaat uit acht boeken die de strafzaak in chronologische volgorde volgen:
- Boek 1 — Strafvordering in het algemeen
- Boek 2 — Het opsporingsonderzoek
- Boek 3 — Beslissingen over vervolging
- Boek 4 — Berechting
- Boek 5 — Rechtsmiddelen
- Boek 6 — Bijzondere regelingen
- Boek 7 — Tenuitvoerlegging
- Boek 8 — Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking
Boek 2 is veruit het omvangrijkst. De bevoegdheden staan daar gegroepeerd naar waar ze op ingrijpen: op de vrijheid, op het lichaam, op voorwerpen en gegevens, en apart de heimelijke bevoegdheden. Waar je nu nog moet weten dát een bevoegdheid ergens tussen de letterartikelen staat, kun je je straks afvragen waar hij logisch hoort — en daar kijken.
Artikelnummers vertellen waar je bent
De nummering verandert mee. Een artikelnummer verwijst in het nieuwe wetboek naar zijn plek in de structuur: het boek, het hoofdstuk en de afdeling waarin het staat. Aan een verwijzing als 2.1.1 zie je meteen waar je uitkomt.
Dat is winst voor wie het wetboek moet leren doorzien, en werk voor wie de huidige nummers in zijn hoofd heeft zitten. De vertrouwde verwijzingen sluiten straks niet meer aan op de nieuwe tekst. Concordantietabellen tussen oud en nieuw komen er, maar reken erop dat het uit je hoofd kennen van nummers voor een deel opnieuw begint.
Wat betekent dit nu voor je studie?
Vier praktische dingen.
Leer het recht dat geldt. Toetsing gaat over het geldende wetboek. Het nieuwe wetboek is achtergrond, geen leerstof — tenzij je docent uitdrukkelijk iets anders zegt.
Let op de datum van je bronnen. Online staan samenvattingen, schema's en commentaren die over het nieuwe wetboek gaan, zonder dat er duidelijk bij staat dat het toekomstig recht is. Check bij elke bron of hij het geldende of het komende wetboek beschrijft, en pak bij twijfel de wettekst zelf erbij.
Je werkwijze verhuist wél mee. Van feit naar bevoegdheid naar artikel redeneren, en systematisch controleren of aan de voorwaarden is voldaan: die vaardigheid is nummeronafhankelijk. Wie nu leert zoeken in de structuur van een wet, heeft in 2029 het minste last van de omzetting.
Volg de aanvullings- en invoeringswet als je vooruit wilt kijken. Daar wordt de komende jaren duidelijk hoe het overgangsrecht eruitziet — welke regels gelden voor zaken die op de invoeringsdatum al lopen.
En in Wetpunt?
Wetpunt volgt de officiële bronnen en toont wat er geldt. Zolang het nieuwe wetboek niet in werking is getreden, vind je in Wetpunt dus het huidige Wetboek van Strafvordering. Zodra het geldend recht wordt, komt het via de reguliere synchronisatie binnen, inclusief de nieuwe indeling in boeken.
Op die indeling kun je nu al oefenen. De inhoudsopgave naast een wet toont sinds kort de echte structuur — boeken, titels, hoofdstukken en afdelingen — in plaats van een lange lijst nummers. Precies de manier van kijken waar het nieuwe wetboek straks om vraagt.