ECLI:NL:CRVB:2026:1009
Centrale Raad van Beroep
- Uitspraak
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- 24/2130 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Toekenning AOW-pensioen naar gehuwdennorm. Gezamenlijke huishouding. Wederzijdse zorg. Geen kostgangersrelatie. Niet in geschil is dat appellante en haar broer ten tijde van belang hun hoofdverblijf hadden in de woning van de broer. Er bestaat verder voldoende feitelijke grondslag voor het standpunt van de Svb dat ten tijde hier van belang sprake was van wederzijdse zorg. De financiële verstrengeling tussen appellante en haar broer ging veel verder dan alleen het delen van de met wonen samenhangende lasten. Er was daarnaast ook geen sprake van een door zakelijke verhoudingen beheerste kostgangersrelatie. Zo was sprake van zorgelementen over en weer die niet in de kostgangersovereenkomst staan en zorgverlening van appellante aan haar broer die verder gaan dan is afgesproken. De toekenning van het AOW-pensioen naar de norm voor gehuwden blijft dus in stand.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.