ECLI:NL:CRVB:2026:1043
Centrale Raad van Beroep
- Uitspraak
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/1556 WAJONG
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor export van haar Wajong-uitkering. Volgens verzoekster heeft het Uwv ten onrechte geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. De Raad volgt dit standpunt en komt tot het oordeel dat het Uwv het verzoek van verzoekster om export van haar Wajong-uitkering ten onrechte heeft afgewezen. Omdat het beëindigen van de Wajong-uitkering in het geval van verzoekster zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, als bedoeld in artikel 3:19, tiende lid, van de Wajong en artikel 2 van de Beleidsregels, ligt een toewijzing van het verzoek in de rede. Gelet op artikel 4 van de Beleidsregels betekent dit dat het Uwv in een besluit aan verzoekster bekend dient te maken dat het de bevoegdheid om af te wijken van het exportverbod ten gunste van verzoekster zal uitoefenen indien zij binnen de termijn van één jaar buiten Nederland zal gaan wonen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.