ECLI:NL:CRVB:2026:986
Centrale Raad van Beroep
- Uitspraak
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 25/1653 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan ingevolge artikel 2, derde lid, van het Bpb van de forfaitaire proceskostenvergoeding kan worden afgeweken. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken dat betrokkene door de werkwijze en besluitvorming van het Uwv gedwongen werd tot het inroepen van rechtshulp waar een meer dan normale tijdsbesteding mee was gemoeid. Het Uwv heeft het hoger beroep ingetrokken. Het feit dat het Uwv de vrijwillige verzekeringen van betrokkene bij het primaire besluit van 14 juni 2023 ten onrechte heeft beëindigd per 2 juni 2023, en dit primaire besluit en de beslissing op bezwaar van 20 december 2023 ten onrechte zijn genomen, levert op zichzelf geen bijzondere omstandigheid op.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.