Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHAMS:2026:1850

Gerechtshof Amsterdam

Uitspraak
14 juli 2026
Zaaknummer
200.355.087/01
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Twee ex-echtgenoten zijn al sinds 2007 gescheiden, maar hebben de gemeenschappelijke woning pas in 2023 verkocht. Geschil over de uitkering van de aan de hypotheek gekoppelde meegroeiverzekering. Wettelijke rente. Partijen hebben in 2014 een overeenkomst gesloten met daarin onder meer een betalingsregeling. Geen sprake van onvoorziene omstandigheden op grond van artikel 6:258 BW of misbruik van omstandigheden op grond van artikel 3:44 lid 4 BW. Geen sprake van een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW e.v. Beroep op dwaling en de redelijkheid en billijkheid slagen eveneens niet. Geen gebruiksvergoeding vastgesteld omdat de man tegenover het exclusieve gebruik van de woning ook alle lasten van de woning voor zijn rekening heeft genomen. Een beroep op verrekening conform artikel 6:127 lid 1 BW faalt, omdat geen sprake is van een opeisbare vordering van de vrouw. Compensatie proceskosten.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.