ECLI:NL:GHAMS:2026:2099
Gerechtshof Amsterdam
- Uitspraak
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- 200.370.632
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Hoger beroep tegen faillietverklaring. Het hof concludeert dat summierlijk is gebleken dat ieder van de geïntimeerden uit hoofde van de boetebepaling in de vaststellingsovereenkomst een vordering op appellante heeft. Niet in geschil is dat appellante niet in staat is deze boetes te betalen. Anders dan appellante heeft betoogd ziet het hof geen gronden om te oordelen dat het faillissementsverzoek oneigenlijk is ingezet. Nu ook aan de overige vereisten voor faillietverklaring is voldaan, wordt het faillissementsvonnis bekrachtigd.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.