ECLI:NL:GHAMS:2026:2115
Gerechtshof Amsterdam
- Uitspraak
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- 23-002705-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
De verdachte wordt tot 9 jaren gevangenisstraf veroordeeld voor de voortgezette handeling van gekwalificeerde poging tot doodslag en diefstal in vereniging. Het slachtoffer is met een hamer tegen het gezicht of hoofd geslagen, waardoor hij zeer fors letsel heeft opgelopen en een nacht hulpeloos in een fietsenstalling is blijven liggen. Het slachtoffer is cognitief, visueel en lichamelijk ernstig achteruit gegaan. Dat het feit is gepleegd met het kennelijke doel om enkele goederen van beperkte waarde weg te nemen, waarvan een groot deel op de looproute is achtergelaten, maakt de zinloosheid van het feit des te schrijnender. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met recidive in binnen- en buitenland en de overschrijding van de redelijke termijn. Vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot € 240.840,28 (€ 6.107,28 materieel en € 234.733,00 immaterieel).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.