ECLI:NL:GHAMS:2026:2322
Gerechtshof Amsterdam
- Uitspraak
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/2006
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
art. 10a Vpb; In 2017 heeft een investeringsonderneming een internationale retailketen overgenomen. Vanwege deze overname is belanghebbende opgericht en heeft in de groep een herstructurering plaatsgevonden. Onderdeel van de herstructurering is de interne acquisitie door belanghebbende van de Nederlandse werkmaatschappij van de retailketen. Voor deze acquisitie wordt een lening aangetrokken bij een verbonden lichaam (de aandeelhouderslening). Het Hof beoordeelt de vraag of aftrek van de rente van de aandeelhouderslening beperkt wordt door artikel 10a van de Wet Vpb. Met name de tegenbewijsregeling van het derde lid is daarvoor van belang. Het Hof overweegt dat voor de beoordeling daarvan de concrete overwegingen van belanghebbende (en haar concern) van belang zijn, waarbij de bewijslast op belanghebbende rust. Belanghebbende slaagt niet in het bewijs dat de overwegingen voor de interne acquisitie zakelijk waren. Voor beoordeling van de zakelijkheid van de schuld is van belang of de aandeelhouderslening materieel verschuldigd is aan derden (een bankensyndicaat dat een banklening heeft verstrekt). Het Hof acht relevant of die banklening bedoeld en/of aangewend is voor de aandeelhouderslening. Dat is volgens het Hof niet het geval. Ook voldoende paralellen tussen de banklening en de aandeelhouderslening ontbreken. Mogelijk is wel sprake van een compenserende heffing bij de crediteur van de aandeelhouderslening, maar dit baat belanghebbende niet want de inspecteur slaagt in het bewijs dat de interne acquisitie en de aandeelhouderslening fiscaal gedreven zijn. De tegenbewijsregeling slaagt niet en de rente op de aandeelhouderslening is niet aftrekbaar. De kosten van de banklening kunnen niet ten laste van de winst van belanghebbende worden gebracht. Belanghebbende heeft de vereiste aangifte niet gedaan door de daarin gestelde ‘10a-vraag’ ten onrechte niet met “ja” te beantwoorden. Het Hof past hierom de sanctie van (omkering en) verzwaring van de bewijslast toe.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.