ECLI:NL:GHARL:2026:4496
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/1583
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
IB/PVV. Navorderingsbevoegdheid.
Uitspraak
1 Ontstaan en loop van het geding
1.1
Aan belanghebbende is voor het jaar 2016 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 24.033. Daarbij is belastingrente in rekening gebracht. Gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag heeft de Inspecteur aan belanghebbende een verzuimboete van € 2.639 opgelegd wegens het niet verzoeken om een uitnodiging tot het doen van aangifte IB/PVV voor het jaar 2016.
1.2
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraak op bezwaar het bezwaar gegrond verklaard, de navorderingsaanslag verminderd tot een navorderingaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 12.273 en de verzuimboete vernietigd. De belastingrente is dienovereenkomstig verminderd.
1.3
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank).
1.4
De Inspecteur heeft op de voet van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) verzocht om beperkte kennisneming van een aantal stukken waarin gedeelten zijn weggelakt.
1.5
Bij tussenbeslissing van 13 december 2023 heeft de geheimhoudingskamer van de Rechtbank – kort gezegd – bepaald dat beperkte kennisneming van de ongeschoonde versie van de bedoelde stukken gedeeltelijk gerechtvaardigd is. Belanghebbende heeft toestemming verleend aan de hoofdkamer van de Rechtbank om de ongelakte stukken ten aanzien waarvan de geheimhoudingskamer de beperkte kennisneming gerechtvaardigd heeft geacht, te gebruiken bij de beoordeling van het beroep.
1.6
De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 25 juli 2024 gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, behoudens de beslissing over de boete, de navorderingsaanslag vernietigd, de beschikking belastingrente vernietigd, de Inspecteur veroordeeld tot betaling van een aanvullende vergoeding aan belanghebbende van € 1.694 voor de proceskosten ter zake van de bezwaarprocedure, de Inspecteur veroordeeld tot betaling van € 1.750 aan proceskosten aan belanghebbende ter zake van de beroepsprocedure, bepaald dat de Inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden, de Inspecteur veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 500 en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 500.
1.7
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
1.8
Belanghebbende heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft het incidenteel hoger beroep van belanghebbende beantwoord.
1.9
De gemachtigde van belanghebbende heeft bij brief van 11 juni 2025 aan het Hof bevestigd dat de beslissing van de geheimhoudingskamer van de Rechtbank in hoger beroep niet meer in geschil is.
1.10
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. J.J. Bruinsma, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de Inspecteur, bijgestaan door [naam2] .
1.11
Partijen hebben een pleitnota voorgedragen en overgelegd.
1.12
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.