ECLI:NL:GHARL:2026:4652
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Uitspraak
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 200.359.576 + 200.367.050
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
Inhoudsindicatie
De vrouw moet in periode 1 haar inkomen aanvullen met beëindigingsvergoeding. Tot en met juli 2025 kan zij haar salaris aanvullen tot het oude niveau. Periode 2 is de beëindigingsvergoeding opgesoupeerd en heeft zij inkomsten uit loondienst en een uitkering van het UWV. Hof beschikt over onvoldoende gegevens om een berekening te maken van de draagkracht vanaf moment dat vrouw een baan heeft en daarnaast nog inkomen van uitkering. De vrouw heeft vergoedingsrechten in verband met vermogensverschuivingen en kosten huishouding onvoldoende onderbouwd. Voor wat betreft de afstorting van het bijzondernabestaandenpensioen is het hof van oordeel dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de liquide middelen niet kunnen worden vrijgemaakt of van elders kunnen worden verkregen zonder de liquiditeit van de onderneming in gevaar te brengen. Van afstorting kan dan ook geen sprake zijn (HR 9 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2658 en HR 20 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG9458).
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.