ECLI:NL:GHARL:2026:4673
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Uitspraak
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- 21-003083-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Opzettelijk gebruikmaken van een valse Belgische verblijfskaart (art. 231 lid 2 Sr subsidiair art. 225 lid 2 Sr) door een Syriër die kort na het inreizen van Nederland een asielaanvraag heeft ingediend en aan wie later ook een asielvergunning is verleend. Het hof verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vervolging, omdat de vervolging in strijd is met artikel 31 lid 1 van het Vluchtelingenverdrag. Dit vervolgingsbeletsel wordt niet wordt weggenomen doordat de verdachte na het ontvluchten van Syrië een aantal jaar in Turkije heeft verbleven voordat hij naar Nederland is gekomen. Daarbij is van belang dat het verblijf in Turkije blijkbaar niet in de weg heeft gestaan aan het verlenen van een asielvergunning. Bovendien liep verdachte tijdens zijn verblijf in Turkije het risico dat hij zou worden uitgezet naar Syrië, nu het hof aanneemt dat – zoals door het Openbaar Ministerie ook niet is weersproken – het tijdelijke verblijfsdocument van de verdachte in Turkije op enig moment niet werd verlengd.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.