ECLI:NL:GHARL:2026:4920
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Uitspraak
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- 200.351.492
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Mandeligheid. Openbare weg. Uitleg. Vaststelling erfgrens. Geschil tussen eigenaren van percelen op een bedrijfsterrein. Het was de bedoeling van de gemeente en de projectontwikkelaar dat een deel van de ontsluitingsweg in gemeenschappelijke eigendom zou komen van de eigenaren van de bedrijfskavels, waarop een mandeligheid zou worden gevestigd. Uiteindelijk is maar aan één deelgenoot een aandeel in eigendom geleverd zonder dat een mandeligheid is gevestigd. Deze deelgenoot vordert van een andere eigenaar van een bedrijfskavel (TCE Holding) dat deze meewerkt aan verkrijging van diens aandeel en vestiging van de mandeligheid. Deze vordering wordt afgewezen, omdat nergens uit blijkt dat er een verplichting is tot medewerking aan de vestiging van mandeligheid. De vordering tot vaststelling van de erfgrens tussen het gemeenschappelijke perceel en het perceel van TCE Holding wordt toegewezen. Omdat het gemeenschappelijke perceel geen weg in de zin van de Wegenwet is kan het niet worden aangemerkt als een openbare weg en wordt het door de deelgenoot verbod aan TCE Holding dat deze parkeert op het gemeenschappelijke perceel toegewezen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.