ECLI:NL:GHARL:2026:5478
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Uitspraak
- 26 augustus 2026
- Zaaknummer
- 21-003111-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een gaspistool inclusief patroonmagazijn, het voorhanden hebben van één centraal knalpatroon en het bedreigen van vier nog jonge jongens. Hoewel bij feiten als de onderhavige een zeer forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer passend en geboden is, ziet het hof, gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het inmiddels ingezette reclasseringstraject, reden om in dit geval te volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur met daaraan verbonden de in het reclasseringsadvies genoemde bijzondere voorwaarden. Het hof beoogt verdachte met deze straf te ondersteunen in het inmiddels ingezette reclasseringstraject. Mocht verdachte zich niet aan een of meer van die voorwaarden houden, dan wacht hem een zeer forse gevangenisstraf. Verdachte dient daarnaast de door de benadeelde partijen gevorderde immateriële schadevergoeding te voldoen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.