Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHDHA:2026:2431

Gerechtshof Den Haag

Uitspraak
16 juli 2026
Zaaknummer
BK-24/119
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Belanghebbende exploiteert in een vof een schip waarmee plantaardige olie (spijsolie) wordt vervoerd. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Het met spijsolie vervuilde waswater (slops) wordt verzameld in sloptanks. De schipper ontdoet zich van de slops door deze op te laten halen door een vervoerder, die de slops weer doorverkoopt aan een vethandelaar. Als het percentage olie in de slops hoog genoeg is, krijgt belanghebbende ervoor betaald. Volgens de Inspecteur heeft belanghebbende de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant ontvangen. Omdat de gestelde contante betalingen niet zijn verwerkt in de administratie van de vof en belanghebbende deze niet heeft aangegeven in haar aangifte vennootschapsbelasting, heeft de Inspecteur een navorderingsaanslag, een rentebeschikking en een vergrijpboete opgelegd. De Inspecteur heeft in totaal vijf, uit de administratie van de vervoerder afkomstige contantfacturen overgelegd, die tezamen optellen tot het door hem gestelde bedrag aan contante betalingen. Het Hof acht de ontvangst van de door de Inspecteur gestelde contante betalingen aannemelijk omdat de accountant van een viertal contantfacturen heeft erkend dat daarvoor ontvangsten hebben plaatsgevonden, welke niet zijn aangegeven. Ook de contante betaling ter zake van de resterende contantfactuur heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt. De navorderingsaanslag en rentebeschikking worden gehandhaafd; de boetebeschikking was in eerste aanleg al vernietigd. Wel slaagt – gelet op hetgeen is overwogen en beslist over artikel 30hb AWR in een uitspraak van het Hof van 10 maart 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:430) – belanghebbendes betoog dat aan haar te veel belastingrente in rekening is gebracht, voor zover vanaf 1 april 2014 een belastingrentepercentage van 8 (of hoger) is toegepast. De over deze periode verschuldigde belastingrente dient naar het oordeel van het hof te worden berekend naar een tarief van 4%. Belanghebbende heeft voorts recht op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Wat betreft de boetebeschikking geldt dat, aangezien het ging om een – door de Rechtbank vernietigde – boete van minder dan € 1.000, door de Rechtbank geen compensatie voor de schending van artikel 6 EVRM met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb hoefde te worden verleend (zie HR 29 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1337, r.o. 5.3.1), maar kon worden volstaan met de – impliciete – constatering dat de redelijke termijn van artikel 6, lid 1, EVRM is overschreden. In hoger beroep is de boete niet langer onderwerp van geschil, zodat in zoverre niet behoeft te worden beoordeeld of de redelijke termijn bij de behandeling van de procedure tegen de boete (in hoger beroep) is overschreden.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.