ECLI:NL:GHDHA:2026:2571
Gerechtshof Den Haag
- Uitspraak
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- 200.343.012/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Het hof komt tot het oordeel dat niet is gebleken dat de overeenkomst is gesloten onder de door appellant gestelde voorwaarde (dat zij de plantuitjes niet hoefde af te nemen, omdat haar Roemeense afnemer niet betaalde), zodat appellant daar geen beroep op kan doen. Wat betreft de gebreken van de uitjes oordeelt het hof dat appellant hierover hetzij te laat heeft geklaagd (spruiting, bederf), hetzij onvoldoende heeft toegelicht dat de plantuitjes daardoor niet aan de overeenkomst voldeden (vervuiling, verschillende maten). Appellant moet daarom de facturen van geïntimeerde betalen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.