ECLI:NL:GHDHA:2026:2590
Gerechtshof Den Haag
- Uitspraak
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- 200.360.043/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep kort geding, Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding in hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft de omgangsregeling tussen de minderjarige en haar moeder geschorst tot de uitspraak van de bodemrechter. De vader is ondanks toezeggingen geen bodemprocedure gestart. Mondeling arrest hof over opheffing van de schorsing, met vastlegging in proces-verbaal. Omgang tussen de moeder en haar minderjarige dochter is een fundamenteel recht van beiden. Door gebrek aan actuele informatie in combinatie met het feit dat de minderjarige en de moeder inmiddels geruime tijd geen contact hebben, kan het hof de gevolgen voor de minderjarige van onmiddellijke opheffing van de schorsing niet overzien. Kort geding biedt geen plaats voor nader onderzoek. De vader dient een bodemprocedure te starten. Schorsing van de zorgregeling wordt opgeheven indien de vader dit niet binnen vier weken doet.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.