ECLI:NL:GHSHE:2026:1725
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Uitspraak
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- 23/1240
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht Strijd met zorgvuldigheidsbeginsel. Aan belanghebbende is een WOZ-beschikking opgelegd. In de bezwaarfase geeft belanghebbende aan dat de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de beschikking is uitgegaan van een te groot woonoppervlakte. Bij het doen van uitspraak op bezwaar is de heffingsambtenaar nog steeds uitgegaan van die woonoppervlakte en pas in de beroepsfase erkent hij, zonder uitleg, dat de door hem gehanteerde woonoppervlakte te groot is. Het hof oordeelt dat de specifieke omstandigheden van het geval met zich brengen dat de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb heeft geschonden en dat belanghebbende beroep heeft moeten instellen om de fout die de heffingsambtenaar ten aanzien van het essentiële en maatgevende objectkenmerk heeft gemaakt aan de orde te stellen. Wel proceskostenvergoeding voor beroepsfase en hoger beroepsfase, geen proceskostenvergoeding voor bezwaarfase. Hoger beroep gegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.