Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:GHSHE:2026:1839

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Uitspraak
15 juli 2026
Zaaknummer
24/1081
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde. Art. 40 WOZ. Toepassing 6:22 Awb. Immateriëleschadevergoeding. Belanghebbende stelt dat de KOUDV-factoren niet in bezwaar zijn verstrekt, de WOZ-waarde voor 2022 te hoog is vastgesteld en de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn verhoogd moet worden van € 50 naar € 500 per halfjaar. Het hof oordeelt dat artikel 40, lid 2 Wet waardering onroerende zaken is geschonden, maar passeert het gebrek op grond van artikel 6:22 Algemene wet bestuursrecht. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in (hoger) beroep. De WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld. De immateriëleschadevergoeding wordt vastgesteld op € 500. Hoger beroep gegrond.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.