ECLI:NL:GHSHE:2026:1843
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Uitspraak
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/1245
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Belanghebbende, een stichting op het gebied van primair onderwijs, maakt met de door haar aangevoerde feiten en omstandigheden niet aannemelijk dat sprake is van financiële verwevenheid tussen haar en de andere stichtingen die diensten verlenen in de kinderopvang.
Uitspraak
1 Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft bij voor bezwaar vatbare beschikking het verzoek van belanghebbende om onderdeel te worden van de al bestaande fiscale eenheid
in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) tussen [Stichting 1] , [Stichting 2] en [Stichting 3] afgewezen.
1.2.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.
1.3.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, een immateriële schadevergoeding toegekend aan belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn, het betaalde griffierecht aan belanghebbende laten vergoeden en een proceskostenvergoeding toegekend aan belanghebbende.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De zitting heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , als gemachtigden van belanghebbende en tot bijstand: [persoon 1] en [persoon 2] (kantoorgenoten van de gemachtigden) en [persoon 3] en [persoon 4] (bestuurders van belanghebbende), en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] . Ter zitting heeft belanghebbende een pleitnota overgelegd.
1.6.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
1.7.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden dan wel in Mijn Rechtspraak wordt geplaatst.
2. Feiten
2.1.
Belanghebbende biedt basisonderwijs aan op verschillende basisscholen in de regio [vestigingsplaats] . In de statuten van belanghebbende is, voor zover relevant, opgenomen:
“Doel, Grondslag
Artikel 2
1. De stichting stelt zich zonder winstoogmerk ten doel het geven van openbaar en katholiek onderwijs in afzonderlijke scholen voor onderscheidenlijk openbaar en katholiek onderwijs.
(…)
Het stichtingskapitaal en de inkomsten daaruit
Artikel 24
1. De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
a. het stichtingskapitaal en de inkomsten daaruit
b. subsidies uit openbare kassen
c. school- en/of cursusgeld.
d. rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen
e. erfstellingen, die echter alleen onder voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten; en/of
f. eventueel andere op wettige wijze verkregen baten.
2. De geldmiddelen worden uitsluitend aangewend ten dienste van het doel van de stichting.
3. Het bestuur beheert, besteedt en verantwoordt de geldmiddelen volgens overheidsvoorschriften.
(…)
Huishoudelijk reglement
Artikel 28
1. Het bestuur kan tot nader uitwerking van de statuten een huishoudelijk reglement
opstellen, dat geen bepalingen mag bevatten, welke in strijd zin met deze statuten. Hetzelfde geldt voor een managementstatuut.
(…)”
2.2.
In de statuten van [Stichting 1] ( [Stichting 1] ) is, voor zover relevant, opgenomen:
“Doel
Artikel 2
1. De stichting heeft ten doel: het voorzien in de behoefte aan verantwoorde kinderopvang gedurende een deel van de dag. in een daartoe ingerichte, ter beschikking staande geëigende ruimte. (…)
2. De stichting tracht haart doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het aanbieden van hoogwaardige vormen van kinderopvang binnen de regio;
b. het tegen vergoeding aanbieden van kindplaatsen;
(…)
Jaarrekening en begroting
Artikel 12
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. De boeken worden na afloop van elk jaar afgesloten. Het bestuur stelt voor één april een jaarrekening en sociaal jaarverslag op.
3. (…)
4. De jaarrekening behoeft goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het bestuur legt de goedgekeurde jaarrekening ter bespreking voor aan de ondernemingsraad. De jaarrekening wordt ondertekend door het bestuur. Een eventueel batig saldo zal gereserveerd worden conform de doelstelling van de stichting.
(…)”
2.3.
In de statuten van de [Stichting 2] ( [Stichting 2] ) is, voor zover relevant, opgenomen:
“Doel
Artikel 2
1. De stichting heeft ten doel: het voorzien in de behoefte aan de organisatie van de voorziening voor leerlingen in het basisonderwijs om de middagpauze onder toezicht door te brengen.
2. De stichting tracht haart doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het aanbieden van hoogwaardige vormen van tussenschoolse opvang binnen de regio;
b. het tegen vergoeding begeleiden van kinderen tijdens de middagpauze;
(…)
Jaarrekening en begroting
Artikel 12
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. De boeken worden na afloop van elk jaar afgesloten. Het bestuur stelt voor één april een jaarrekening en sociaal jaarverslag op.
3. (…)
4. De jaarrekening behoeft goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het bestuur legt de goedgekeurde jaarrekening ter bespreking voor aan de ondernemingsraad. De
jaarrekening wordt ondertekend door het bestuur. Een eventueel batig saldo zal gereserveerd worden conform de doelstelling van de stichting.
(…).”
2.4.
In de statuten van [Stichting 3] ( [Stichting 3] ) is, voor zover relevant, opgenomen:
“Doel
Artikel 2
De stichting heeft als doel:
Het beheren en exploiteren van gelden, bedrijfsmiddelen en onroerende goederen voor en ten behoeve van de stichting [Stichting 1] en de [Stichting 2] , alsmede eventueel in de toekomst nieuw op te richten gelieerde Stichtingen.
(…)
Jaarrekening en begroting
Artikel 12
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. De boeken worden na afloop van elk jaar afgesloten. Het bestuur stelt voor één april een jaarrekening en sociaal jaarverslag op.
3. (…)
4. De jaarrekening behoeft goedkeuring van de Raad van Toezicht. De jaarrekening wordt ondertekend door het bestuur. Een eventueel batig saldo zal gereserveerd worden conform de doelstelling van de stichting.
(…)”
2.5.
[Stichting 1] , [Stichting 2] en [Stichting 3] (samen: de kinderopvangorganisatie) vormen met ingang van 17 oktober 2014 een fiscale eenheid voor de omzetbelasting.
2.6.
Het bestuur van belanghebbende, [Stichting 1] , [Stichting 2] en [Stichting 3] wordt door dezelfde (natuurlijke) personen gevormd. De leden van Raad van Toezicht van belanghebbende zijn eveneens de leden van de Raad van Toezicht van [Stichting 1] , [Stichting 2] en [Stichting 3] .
2.7.
Belanghebbende en [Stichting 1] hebben bij brief 21 november 2018 de inspecteur verzocht om bij beschikking te worden aangemerkt als een fiscale eenheid in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet OB. De inspecteur heeft dat verzoek afgewezen.
2.8.
De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd. De rechtbank heeft de beschikking ook gehandhaafd.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.