1 De prejudiciële procedure
In de zaak 25/00202
Bij tussenvonnis in de zaak C/13/747113 / HA ZA 24-205 van 22 januari 2025 heeft de rechtbank Amsterdam op de voet van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
[deelnemer 1] en TSG hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend.
Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben J.W. de Jong, namens de kansspelautoriteit, B.T.M. van der Wiel, D.A. van der Kooij, F. van Es, D.V.W. Hakhoff en N. Lgarah, namens Risepoint Limited, E.M. Tjon-En-Fa namens BML Group Limited, E.M. Tjon-En-Fa namens N1 Interactive Limited, en D. Rijpma namens [A] Advocaten op de voet van art. 393 lid 2 Rv schriftelijke opmerkingen ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot beantwoording van de prejudiciële vragen in de in de conclusie onder 9.2, 9.3 en 9.6 weergegeven zin.
De advocaten van [deelnemer 1] en TSG hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
In de zaak 25/00204
Bij tussenvonnis in de zaak C/15/343871 / HA ZA 23-498 van 22 januari 2025 heeft de rechtbank Noord-Holland op de voet van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
[deelnemer 2] en Electraworks hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend.
Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben J.W. de Jong, namens de kansspelautoriteit, B.T.M. van der Wiel, D.A. van der Kooij, F. van Es, D.V.W. Hakhoff en N. Lgarah, namens Risepoint Limited, E.M. Tjon-En-Fa namens BML Group Limited, E.M. Tjon-En-Fa namens N1 Interactive Limited, en D. Rijpma namens [A] Advocaten op de voet van art. 393 lid 2 Rv schriftelijke opmerkingen ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot beantwoording van de prejudiciële vragen in de in de conclusie onder 9.2 en 9.3 voorgestelde zin.
De advocaten van [deelnemer 2] en Electraworks hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.