ECLI:NL:HR:2026:1190
Hoge Raad
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 26/00863
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie, Beschikking
Inhoudsindicatie
Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op telefoons, horloge en geldbedragen onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Duitse autoriteiten t.z.v. verdenking van grootschalige hennepteelt en hennephandel. 1. Kon Rb oordelen dat EOB is uitgevaardigd door bevoegde buitenlandse autoriteit (Duitse OvJ)? 2. Verzoek tot stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU over vraag of Nederlandse OvJ en Nederlandse rechter moeten onderzoeken of uitvaardigende autoriteit bevoegd was tot uitvaardigen van EOB. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1940 over beoordelingskader voor beklagrechter, uit HR:2024:1685 over bij beoordeling betrekken van inhoud van EOB en uit HR:2022:965 dat rechter niet ambtshalve hoeft te doen blijken te hebben onderzocht of OvJ, na ontvangst van EOB, alle voorschriften van art. 5.4.2 tot en met 5.4.5 Sv in acht heeft genomen voordat hij tot erkenning en uitvoering van EOB is overgegaan. O.g.v. art. 5.4.3.3 Sv (dat strekt tot implementatie van art. 9.3 Richtlijn 2014/41/EU) moet OvJ een EOB terugzenden als dat bevel is verzonden door onbevoegde buitenlandse autoriteit. Of daarvan sprake is, kan (na daartoe strekkend verweer (vgl. HR:2022:965)) worden getoetst door rechter die klaagschrift beoordeelt dat is ingediend o.g.v. art. 5.4.10.1 jo. 552a Sv. Uit rechtspraak HvJ EU (EU:C:2020:1002 en EU:C:2021:1020) volgt dat OvJ kan worden aangemerkt als autoriteit die bevoegd is om EOB uit te vaardigen en dat als voorwaarde geldt dat OvJ o.g.v. nationaal recht van uitvaardigende lidstaat in EOB genoemde onderzoeksmaatregel in dezelfde omstandigheden in vergelijkbare binnenlandse zaak kan bevelen. Rb heeft overwogen dat “Duitse autoriteiten” een EOB hebben uitgevaardigd ten behoeve van waarheidsvinding i.h.k.v. opsporingsonderzoek in Duitsland. Verder heeft Rb overwogen dat stelling van raadsman dat Duitse OvJ niet bevoegd was tot uitvaardigen van EOB, niet is onderbouwd. In het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, getuigt op deze overwegingen gebaseerd kennelijk oordeel van Rb dat EOB is uitgevaardigd door daartoe bevoegde (rechterlijke) autoriteit, niet van onjuiste rechtsopvatting en is het, gelet op inhoud van EOB, niet onbegrijpelijk. Ad 2. Verzoek is gedaan onder voorwaarde dat HR in deze beschikking zou oordelen dat Nederlandse OvJ en Nederlandse rechter niet gehouden zijn om zo’n onderzoek te verrichten. Uit wat hiervoor is vooropgesteld, volgt dat die voorwaarde niet is vervuld. HR wijst verzoek daarom af. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.