ECLI:NL:HR:2026:1193
Hoge Raad
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/01399
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Mishandeling door kopstoot en vuistslagen tegen hoofd van ander te geven na verkeersconflict, art. 300.1 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis (art. 41.1 Sr). Staat kopstoot in redelijke verhouding tot vastgrijpen van verdachte? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer. Hof heeft geoordeeld dat weliswaar sprake was van ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangever, maar heeft beroep op noodweer verworpen omdat door verdachte gegeven “kopstoot niet in redelijke verhouding” stond tot “het vastgrijpen van verdachte” door aangever. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk in licht van wat is vooropgesteld en van wat door raadsman in hoger beroep is aangevoerd. Daarbij is van belang dat hof heeft vastgesteld dat sprake was van noodweersituatie omdat aangever (“grote man”) de verdachte (“kleine man”) met vuist heeft geslagen, terwijl aangever de verdachte vasthield, waardoor verdachte niet in staat was weg te lopen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. CAG (strekking): algehele vernietiging en terugwijzing.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.