ECLI:NL:HR:2026:1220
Hoge Raad
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/02800
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal van lokportemonnee, art. 311.1.4 Sr. Tallon-criterium, verbod op uitlokking. Verweer (strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging) dat verdachte door inzet van lokportemonnee is gebracht tot andere handelingen dan waarop zijn opzet tevoren al was gericht. Voor rechtmatige inzet van voorwerp zoals lokportemonnee om personen die zich schuldig maken aan diefstal op heterdaad te kunnen betrappen, is onder meer vereist dat verdachte door inzet van voorwerp niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet tevoren al was gericht (vgl. HR:2018:62). Daarbij is van belang dat mogelijkheid dat dit voorwerp de verdachte op idee heeft gebracht om het weg te nemen, niet betekent dat zijn opzet niet al was gericht op diefstal van zo’n voorwerp (vgl. HR:2019:149). Uit ‘s hofs vaststellingen volgt dat door verbalisanten, nadat zij verdachte en mededader bij supermarkt hadden waargenomen en door hen was geconstateerd dat verdachte en mededader mogelijk vermogensdelicten wilden begaan, koffer is geplaatst met daarop tas en in zijvak van die tas duidelijk zichtbaar portemonnee waaruit iets (geld) stak. Die portemonnee (met inhoud) is vervolgens weggenomen door verdachte en mededader. Hof heeft geoordeeld dat met het onder deze omstandigheden en op deze manier inzetten van lokportemonnee de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet tevoren al was gericht. Dat oordeel getuigt, in het licht van wat hiervoor is overwogen, niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.