ECLI:NL:OGEABES:2026:199
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Uitspraak
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- BON202500647
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Belanghebbende en haar echtgenoot wonen op Bonaire. Echtgenoot was in 2021 enig aandeelhouder van een vennootschap. Op 2 november 2021 verkocht hij 75 van de 100 aandelen aan [naam] voor USD 101.250. Een deel van de koopprijs werd direct betaald en het restant zou in termijnen worden voldaan. [naam] betaalde uiteindelijk slechts USD 28.019. In de aangifte inkomstenbelasting 2021 werd een vervreemdingsvoordeel van USD 99.853 aangegeven. Belanghebbende stelde dat dit voordeel lager moest zijn, omdat een groot deel van de koopprijs nooit was ontvangen. Het Gerecht oordeelde dat het vervreemdingsvoordeel moet worden bepaald op het moment van de verkoop. De overeengekomen koopprijs van USD 101.250 geldt daarbij als overdrachtsprijs, ongeacht of deze later volledig wordt betaald. Dat [naam] na de verkoop zijn betalingsverplichtingen niet nakwam, verandert het in 2021 genoten vervreemdingsvoordeel niet. Het vervreemdingsvoordeel bleef daarom vastgesteld op USD 99.853.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.