ECLI:NL:OGEABES:2026:203
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Uitspraak
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- BON202400396 en BON202500001
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Een bouwbedrijf stelt dat zij slachtoffer is geworden van fraude en dat in drie jaar tijd geld aan haar onderneming is onttrokken. Op instructie van een medewerker van het bouwbedrijf is geld overgeschreven naar een accountantskantoor. Op instructie van dezelfde medewerker heeft het accountantskantoor het geld overgedragen aan de betreffende medewerker zelf, haar onderneming en haar levenspartner. Het Gerecht komt tot de conclusie dat de medeweker en haar onderneming onrechtmatig hebben gehandeld door het geld aan het bouwbedrijf te onttrekken. De levenspartner van de medewerker is ongerechtvaardigd verrijkt. Het accountantskantoor en haar bestuurder hebben hun zorgplicht geschonden. De vorderingen tot schadevergoeding worden grotendeels toegewezen. Het accountantskantoor en haar bestuurder hebben de medewerker, haar onderneming en de levenspartner van de medewerker in vrijwaring opgeroepen. De vordering in vrijwaring wordt afgewezen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van onrechtmatig handelen tegenover het accountantskantoor.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.