1 Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 18 maart 2025 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens
- onder 1 “met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd”;
- onder 2 “verkrachting, meermalen gepleegd”;
- onder 3 “een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt”;
- onder 4 “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd”;
- onder 5 “afdreiging, meermalen gepleegd”;
- onder 6 “belaging”,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in art. 38v Sr, inhoudende een locatie- en contactverbod, zoals nader omschreven in het arrest, aan de verdachte opgelegd. Verder heeft het hof beslist over inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen. Ook heeft het beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en in dat verband aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, zoals nader omschreven in het arrest. Tot slot heeft het hof de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.
1.2
Namens de verdachte heeft B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam, acht middelen van cassatie voorgesteld. Namens benadeelde partij [benadeelde] heeft M. Rotgans, advocaat in Utrecht , een verweerschrift ingediend.