ECLI:NL:RBAMS:2026:7186
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- 12046136 \ KK EXPL 26-10 en 120815589 \ EA VERZ 26-102
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Op tegenspraak, Beschikking
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Vordering in kort geding van werknemer om toegelaten te worden tot de overeengekomen werzaamheden als vestigingsdirecteur dan wel bedrijfsleider technisch beheer. Verzoek van werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van die gronden. Vordering van werknemer wordt toegewezen. Verzoek van werkgever wordt afgewezen.
Uitspraak
1 De procedure
1.1.
Bij dagvaarding in kort geding van 13 januari 2026 met producties heeft [eiser] een voorziening gevorderd. Deze procedure is geregistreerd onder zaaknummer 12046136 \ KK EXPL 26-10 (hierna: zaak I).
1.2.
[gedaagde] heeft op 22 januari 2026 een verzoek met producties ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer 120815589 \ EA VERZ 26-102 (hierna: zaak II). [eiser] heeft een verweerschrift met producties ingediend.
1.3.
Op 3 juni 2026 heeft in beide procedures een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben partijen nog nadere producties ingediend. [eiser] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is vertegenwoordigd door [naam 1] (managing director, hierna: [naam 1] ) en
[naam 2] (HR, hierna: [naam 2] ), vergezeld door de gemachtigde. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. De gemachtigden en [eiser] hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.
1.4.
Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.
2. De feiten
2.1.
[gedaagde] is een installatiebedrijf met meerdere vestigingen in Nederland.
2.2.
[eiser] , geboren [geboortedatum] 1964, is sinds 1 januari 2020 in dienst bij [gedaagde] . De functie van [eiser] is vestigingsdirecteur van de vestiging van [gedaagde] te [plaats] met een loon van € 9.816,00 bruto per maand.
2.3.
Deze functie werd tot 1 januari 2026 vervuld als zogenaamde ‘duo functie’. Naast [eiser] was [naam 3] (hierna: [naam 3] ) tevens vestigingsdirecteur van de vestiging te [plaats] . Daarbij was [eiser] verantwoordelijk voor de afdeling Technisch Beheer en [naam 3] voor de afdelingen Bedrijfsbureau, Projecten en Cure. Per 1 januari 2026 is de duo functie van vestigingsdirecteur komen te vervallen en is gekozen voor een nieuwe, materieel verzwaarde functie van vestigingsdirecteur.
2.4.
Na een interne reorganisatie is [naam 3] per 1 januari 2025 gepromoveerd naar de functie van regiodirecteur. [naam 3] is daarnaast de functie van vestigingsdirecteur van de vestiging te [plaats] blijven vervullen en is in die rol verantwoordelijk gebleven voor de afdelingen Bedrijfsbureau, Projecten en Cure.
2.5.
[eiser] is in januari en februari 2025 volledig afwezig geweest vanwege arbeidsongeschiktheid. Vanaf april 2025 heeft [eiser] zijn werkzaamheden volledig hervat.
2.6.
Op 24 oktober 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en [naam 1] . In dit gesprek is [eiser] een andere functie aangeboden, namelijk de functie van bedrijfsleider technisch beheer onder de nieuwe vestigingsdirecteur van de vestiging van [gedaagde] te [plaats] .
2.7.
In een e-mail van 30 oktober 2025 schrijft [eiser] aan [naam 1] dat hij niet akkoord gaat met de demotie, geen afstand doet van zijn functie en gewoon blijft werken. Om die reden kan geen communicatie over wijziging van zijn positie plaatsvinden.
2.8.
Eveneens op 30 oktober 2025 is door [naam 4] via Teams aan zijn collega’s bij Dubotechniek gecommuniceerd dat hij een aanbieding heeft gekregen om algemeen directeur van de vestiging van [gedaagde] te [plaats] te worden en dat hij Dubotechniek per 30 november 2025 gaat verlaten.
2.9.
In een e-mail van 6 november 2025 schrijft [naam 1] aan [eiser] dat de keuze is gemaakt om de functie van [eiser] per 1 januari 2026 om te zetten van vestigingsdirecteur naar bedrijfsleider. In deze functie rapporteert [eiser] aan de nieuwe vestigingsdirecteur van de vestiging [plaats] . Er vinden geen wijzigingen plaats in het bruto maandsalaris en ook de overige arbeidsvoorwaarden blijven ongewijzigd. De enige wijziging die wordt doorgevoerd betreft de bonusregeling. In plaats van een maximaal te behalen bonus van bruto 2,5 maanden zal er sprake zijn van een maximaal te behalen bonus van bruto 1,5 maanden.
2.10.
In een e-mail van 14 november 2025 schrijft [eiser] aan [naam 1] in reactie op de voorgenomen functiewijziging dat alleen de functienaam en een deel van de beloning zijn gewijzigd. Een demotie is niet gerechtvaardigd, omdat [eiser] goed functioneerde. [eiser] gaat dan ook niet akkoord met de functiewijziging.
2.11.
Op 17 november 2025 heeft opnieuw een gesprek over de voorgestelde functiewijziging plaatsgevonden tussen [eiser] , [naam 1] en [naam 2] .
2.12.
Na dit gesprek heeft [eiser] in de ochtend van 18 november 2025 telefonisch aan [naam 1] meegedeeld dat hij heeft besloten om de functie van bedrijfsleider technisch beheer toch te accepteren. Daarbij is afgesproken om weer samen te gaan zitten, de zaken te bespreken en de puntjes op de ‘i’ te zetten. Vervolgens is [eiser] naar [plaats] gereisd en heeft hij alle medewerkers bij elkaar laten roepen en toegesproken over zijn besluit.
2.13.
Bij e-mail van 19 november 2025 heeft [naam 1] aan [eiser] bericht dat besloten is om [eiser] per direct vrij te stellen van werk in afwachting van een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [eiser] . [naam 1] schrijft dat [eiser] zonder overleg of toestemming de medewerkers heeft toegesproken en daarbij heeft meegedeeld dat hij de demotie zou accepteren, ook al is hij het er zelf niet mee eens. Hierdoor is [naam 1] de kans ontnomen om de communicatie over de functiewijziging gezamenlijk af te stemmen. Ook [naam 3] als leidinggevende van [eiser] heeft het [eiser] afgeraden om de groep toe te spreken. Met zijn boodschap heeft [eiser] de directie en de organisatie in diskrediet gebracht. Hierdoor heeft [gedaagde] geen vertrouwen meer in een verdere samenwerking met [eiser] .
2.14.
Bij brief van 20 november 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] geprotesteerd tegen de op non-actiefstelling en [gedaagde] gesommeerd om [eiser] weer toe te laten tot de werkzaamheden.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.