1 De beoordeling
1.1.
[gedaagde] huurt sinds 1 mei 2014 van (de rechtsvoorganger van) I Live Amsterdam de woning aan de [adres] (hierna: de woning). Op de huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden ROZ 2003 van toepassing verklaard.
1.2.
Vast staat dat er een huurachterstand is van ongeveer negen maanden, namelijk € 13.333,33 (berekend tot en met juli 2026). I Live Amsterdam is bij de berekening van de huurachterstand uitgegaan van de verhoogde huurprijs van € 1.667,67 per maand. Het huurprijswijzigingsbeding (artikel 5 huurovereenkomst en 18 algemene voorwaarden) is getoetst en niet oneerlijk bevonden. Daarnaast gaat het in dit geval om geliberaliseerde huur, zodat I Live Amsterdam, anders dan [gedaagde] heeft betoogd, de huur op grond van artikel 5.2 van de huurovereenkomst mocht verhogen. I Live Amsterdam is dan ook terecht uitgegaan van het verhoogde huurbedrag.
1.3.
[gedaagde] heeft meerdere argumenten genoemd waardoor de vordering afgewezen zou moeten worden. Hij heeft zijn stellingen echter onvoldoende onderbouwd. Dat er mogelijk gebreken zijn in de woning, rechtvaardigt niet dat volledig gestopt wordt met het betalen van de huur. Daarnaast is de tegenvordering onvoldoende onderbouwd en niet geschikt voor een kort geding. In een kort geding is namelijk geen plaats voor nader onderzoek.
1.4.
De conclusie is dat [gedaagde] de huurachterstand moet betalen. Hij hoeft daarover geen rente te betalen. De afgesproken rente (artikel 20.2 algemene voorwaarden) is namelijk aanzienlijk hoger dan de wettelijke rente. Het rentebeding is daarom oneerlijk en wordt vernietigd. I Live Amsterdam mag die bepaling daarom niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia)). De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen.
1.5.
Vanwege de hoogte van de huurachterstand moet [gedaagde] de woning ontruimen. De kantonrechter ziet aanleiding om aan [gedaagde], zoals verzocht, een zogenaamde ‘terme de grâce’ als bedoeld in artikel 7:280 BW te verlenen. Dit betekent dat als [gedaagde] binnen één maand na vandaag (naast de lopende huur) alsnog de volledige huurachterstand betaalt, hij de woning niet hoeft te ontruimen. Daarom bepaalt de kantonrechter voor de ontruiming een termijn van vijf weken na vandaag. Tot de daadwerkelijke ontruiming moet [gedaagde] de huur van € 1.667,67 per maand betalen.
1.6.
[gedaagde] is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van I Live Amsterdam worden in conventie begroot op: € 2.351,46, bestaande uit de kosten van de dagvaarding (€ 126,46), het griffierecht (€ 1.504,-), het salaris van de gemachtigde (€ 577,-) en de nakosten (€ 144,-). Gelet op de samenhang worden de proceskosten van I Live Amsterdam in reconventie begroot op € 288,50, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (0,5x € 577,-)