ECLI:NL:RBAMS:2026:7808
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- 12284050 CV EXPL 26-8312
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek
Inhoudsindicatie
Huurzaak verstek. Ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn Oneerlijke Bedingen). Oneerlijk BIK-beding. Afwijzing BGK.
Uitspraak
Gronden van de beslissing
1. Eisende partij vordert in deze procedure betaling van de huurachterstand vermeerderd met rente en kosten.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
2. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).
3. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de zelfstandige woonruimte gelegen aan het adres [adres] en de daarop van toepassing zijnde Huurvoorwaarden februari 2021 (hierna: de Huurvoorwaarden) in het geding gebracht.
4. Het huurprijsbeding (artikel 3.1 van de huurovereenkomst) en het servicekostenbeding (artikel 3.2 en 3.3 van de huurovereenkomst) zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en zijn op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
5. Het betreft een niet-geliberaliseerde huurprijs. De kantonrechter heeft de bedingen die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn, te weten de artikelen 7.1, eerste zin (huurverhoging), 7.5 (wijziging servicekostenvoorschot), 7.8 (afrekenen servicekosten), 7.11 (rente) van de Huurvoorwaarden getoetst en niet oneerlijk bevonden.
6. Voor zover de in de vordering begrepen voorschotverhogingen niet al waren gebaseerd op de hiervoor bedoelde artikelen 7.1. en 7.5, maar (mede) op artikel 7.2 van de hiervoor genoemde Huurvoorwaarden, zoals eiseres stelt, is ook dat artikel getoetst en niet oneerlijk bevonden.
7. Tot slot is met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten in artikel 7.12 van de Huurvoorwaarden het volgende bepaald:
“Als huurder na aanmaning niet aan zijn betalingsverplichting voldoet, is verhuurder gerechtigd incassokosten in rekening te brengen overeenkomstig het tarief opgenomen in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.” |
8. Eisende partij stelt in de dagvaarding dat het voorgenoemde beding met betrekking tot buitengerechtelijke incassokosten niet onredelijk bezwarend is.
9. De kantonrechter is echter van oordeel dat dit beding oneerlijk is, aangezien daarin niet is bepaald dat de aanmaning moet voldoen aan artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek. Het beding wijkt daardoor ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling over buitengerechtelijke kosten. Op basis van dit beding kan immers op een kortere termijn dan veertien dagen na aanmaning incassokosten in rekening worden gebracht. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 (ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.4) oneerlijk. Dit beding wordt dan ook buiten toepassing gelaten en de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.
De vordering
10. Uit de gegevens in de dagvaarding volgt dat de huurachterstand van gedaagde partij tot en met 30 juni 2026 in totaal € 1.506,67 bedraagt. Bij bericht van 29 juni 2026 heeft eisende partij hierop, wegens verrekening met betrekking tot de servicekosten 2025, een bedrag van € 537,87 in mindering gebracht, zodat thans nog een huurachterstand van
€ 968,80 resteert en toewijsbaar is.
11. De verminderde vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens hieronder met betrekking tot de rente nog is overwogen.
12. De over de rente gevorderde rente wordt afgewezen omdat daarover onvoldoende is gesteld.
13. Gedaagde partij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.