ECLI:NL:RBAMS:2026:8011
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12261710 / CV EXPL 26-7864
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal
Inhoudsindicatie
Vordering tot betaling onbetaalde facturen van advocatenkantoor toegewezen. Voldoende aannemelijk dat werkzaamheden zijn verricht en de verrichte werkzaamheden staan in redelijke verhouding tot gedeclareerde uren.
Uitspraak
1 De gronden van de beslissing
1.1.
Het gaat in deze zaak om onbetaalde facturen wegens door DKVA voor Cleofa verrichte juridische werkzaamheden. DKVA heeft aan het begin van de werkzaamheden een voorschotfactuur verstuurd die met de eerste factuur verrekend is en daarna maandelijkse facturen in mei, juni, juli en augustus 2023. Per saldo is een bedrag van € 7.592,48 onbetaald gebleven.
1.2.
Cleofa voert als verweer dat de gedeclareerde werkzaamheden niet zijn verricht, althans niet aantoonbaar zijn, althans dat de werkzaamheden niet de gestelde omvang hebben gehad. Ook voert Cleofa het verweer dat tijdens de werkzaamheden daarover is geklaagd, omdat de werkzaamheden niet goed zijn verricht.
1.3.
De kantonrechter heeft DKVA opgedragen het dossier ter zitting mee te brengen. Aan de hand van het dossier kan worden beoordeeld of de facturen in redelijke verhouding staan tot de verrichte werkzaamheden. Daarbij worden de volgende omstandigheden in aanmerking genomen.
Het ging in deze zaak om de vraag of Cleofa moest verschijnen in het door Zilveren Kruis ingestelde hoger beroep, terwijl ook gepoogd werd met Zilveren Kruis in overleg te treden. Voor dat laatste heeft DKVA een brief opgesteld. Wat betreft het hoger beroep blijkt uit het dossier dat Cleofa is gewezen dat het niet verschijnen in hoger beroep en geen verweer voeren sterk af te raden is, omdat te verwachten is dat Zilveren Kruis in hoger beroep nieuwe feitelijke informatie en gronden zal aanvoeren (e-mail van 31 mei 2023 van mr. Loos aan Cleofa).
Ook blijkt uit diezelfde e-mail dat een conceptbrief is opgesteld aan Liesker waarin onder andere is vermeld “cliënte heeft dus weinig geld om hoger beroep te bekostigen, reden waarom zij zich tot u wendt”. Uit het dossier blijkt dat de benodigde werkzaamheden zijn verricht met betrekking tot het contact met Liesker.
De gefactureerde werkzaamheden zijn uitvoerig gespecificeerd. Anders dan Cleofa stelt, kan niet de eis worden gesteld dat de duur van telefoongesprekken wordt bewezen aan de hand van facturen van de telecomprovider. Overigens blijkt uit de e-mailcorrespondentie in het dossier dat met regelmaat naar telefonisch overleg met mevrouw [naam] wordt verwezen.
Verder speelt een rol dat de zaak een groot financieel belang betrof, te weten een vordering van Cleofa van circa 2 miljoen euro en een tegenvordering van Zilveren Kruis van 1,7 miljoen euro.
1.4.
De kantonrechter is van oordeel dat gezien deze omstandigheden dat aannnemelijk is dat de gedeclareerde werkzaamheden verricht zijn en dat de facturen in redelijke verhouding staan tot de gedeclareerde werkzaamheden, gelet op de omvang en het belang van het dossier.
1.5.
Het verweer dat tijdens de werkzaamheden is geklaagd over die werkzaamheden wordt verworpen. Van schriftelijke ingebrekestelling blijkt niet. Ook overigens is uit het dossier niet af te leiden dat Cleofa over de werkzaamheden ontevreden was. Maar zelfs als dit zo was, is dat enkele feit onvoldoende om aan te nemen dat werkzaamheden niet betaald hoeven te worden nu niet concreet is aangevoerd welke fouten DKVA zou hebben gemaakt.
1.6.
Conclusie is dat Cleofa zal worden veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen ter hoogte van € 5.156,42 aan DKVA, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata in totaal € 1.803,24. Cleofa wordt ook veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 632,82.
1.7.
Cleofa zal, als de in het ongelijk gestelde partij, ook worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van DKVA worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
128,65
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.551,65
1.8.
De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen ook moeten worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.