ECLI:NL:RBAMS:2026:8098
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11881490 WM VERZ 25-16515
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Betrokkene heeft tien boetes gekregen in korte tijd voor het rijden met een bromfiets op een fietspad waar dit niet mag. De kantonrechter matigt zeven boetes tot nihil vanwege de financiele impact van tien boetes. Betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat sprake was van een fout en zij de bebording niet heeft opgemerkt.
Uitspraak
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene zijn bij inleidende beschikkingen wegens verkeersgedragingen tien administratieve sancties opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat hij met een bromfiets niet de rijbaan heeft gebruikt als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a). Deze gedragingen zijn geconstateerd op:
25 augustus 2024 om 18:08 uur op [locatie 1]
(zaak A: 11881490 WM VERZ 25-16515);
23 augustus 2024 om 10:13 uur op [locatie 1]
(zaak B: 11881518 WM VERZ 25-16522);
14 augustus 2024 om 11:09 uur op [locatie 2]
(zaak C: 11881587 WM VERZ 25-16532);
13 augustus 2024 om 21:12 uur op [locatie 1];
(zaak D: 11881591 WM VERZ 25-16533);
10 augustus 2024 om 22:54 uur op [locatie 1]
(zaak E: 11881593 WM VERZ 25-16534);
30 augustus 2024 om 18:35 uur op [locatie 1]
(zaak F: 11881723 WM VERZ 25-16559);
22 september 2024 om 19:00 uur op [locatie 1]
(zaak G: 11881727 WM VERZ 25-16560).
26 augustus 2024 om 20:56 uur op [locatie 2]
(zaak H: 11881778 WM VERZ 25-16574);
3 september 2024 om 09:56 uur op [locatie 1]
(zaak I: 11914510 WM VERZ 25-17861);
4 september 2024 om 19:08 uur op [locatie 1]
(zaak J: 11914535 WM VERZ 25-17863).
2. Het beroep in de onderhavige zaken is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert in het beroepschrift bij de kantonrechter aan dat aan betrokkene tien beschikkingen zijn opgelegd voor het rijden met een huurscooter van Check waar dit niet is toegestaan. Nu betrokkene pas na vier maanden de boetes heeft ontvangen, was zij zich niet bewust van de fout en heeft daardoor veel boetes opgelopen in de tussentijd. Als betrokkene meteen na de eerste overtreding de boete had ontvangen dan had zij het geweten en haar gedrag kunnen aanpassen.
De eerste beschikking had betrokkene dus nog niet bereikt voordat de laatste werd opgelegd. Zodoende is in het onderhavige geval gehandeld in strijd met het Beleidskader geslotenverklaringen en dus in strijd met artikel 4:84 Awb.
Namens betrokkene wordt verzocht om één boete in stand te laten en de overige boetes te matigen tot nihil. Er wordt tevens verzocht om toekenning van een proceskostenvergoeding.
4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep in zaak G gegrond dient te worden verklaard, omdat in het schouwrapport van 20 september 2024 is vermeld dat de bebording niet in orde is. De gedraging van 22 september 2024 in die zaak kan daarom onvoldoende worden vastgesteld.
In de overige negen zaken kunnen de aan betrokkene verweten gedragingen wel worden vastgesteld. Er wordt door gemachtigde verwezen naar het Beleidskader, maar dit is niet meer van toepassing vanaf 18 april 2023. De boetes in de resterende negen zaken zijn terecht opgelegd. Betrokkene is er zelf verantwoordelijk voor de relevante bebording op te merken en daar naar te handelen. Echter gelet op de hoeveelheid boetes die aan betrokkene zijn opgelegd voor een soortgelijke gedraging in korte tijd verzoekt verweerder de kantonrechter om de sancties in de zaken A, F, H, I en J te matigen tot nihil. In de overige zaken, te weten B, C, D en E, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
5. Naar aanleiding van hetgeen verweerder ter zitting naar voren brengt, heeft gemachtigde verzocht om naar analogie van het Beleidskader te handelen en de boetes die betrokkene heeft ontvangen terwijl zij de boete voor de eerste overtreding nog niet had ontvangen, te matigen tot nihil. Gemachtigde verzoekt rekening te houden met het verweer dat het hier echt om een fout gaat. Betrokkene heeft de bebording niet opgemerkt. Zij stelt dat de bebording bij [locatie 1] niet heel duidelijk aanwezig is vanwege de bosschage.
Tevens wordt verzocht om matiging van de sancties, gelet op de financiële impact die de hoeveelheid boetes op betrokkene hebben.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. In de onderhavige zaken heeft betrokkene met een huurscooter op het fietspad gereden waar dit niet is toegestaan. De aan betrokkene verweten gedragingen zijn duidelijk omschreven in de zich in de dossiers bevindende zaakoverzichten en worden ondersteund door beeldmateriaal.
8. Daarnaast bevinden zich in de onderhavige zaken schouwrapporten in de dossiers. Met betrekking hierop heeft de kantonrechter in zaak G: 11881727 WM VERZ 25-16560 op grond van de schouwrapporten geconcludeerd dat de bebording kort vóór de gedraging niet in orde was. In het proces-verbaal met het schouwrapport d.d. 20 september 2024 is vermeld dat op de [locatie 1], komende vanuit de richting van de [straat], de bebording niet in orde is. Het bord is beplakt. Gelet hierop kan naar het oordeel van de kantonrechter de aan betrokkene verweten gedraging in zaak G onvoldoende worden vastgesteld en dient de inleidende beschikking te worden vernietigd. Het beroep in zaak G wordt, in navolging van het standpunt van verweerder, derhalve gegrond verklaard.
Ten aanzien van de gedragingen verricht op [locatie 2] (zaken C en H):
9. Er zijn twee overtredingen geconstateerd op [locatie 2]. Beide overtredingen kunnen op grond van de stukken in het dossier worden vastgesteld.
Nu met ingang van 18 april 2023 het Beleidskader niet meer van toepassing is en de regel dat de eerste boete aan betrokkene moet zijn verzonden voordat voor een soortgelijke overtreding op dezelfde pleeglocatie een volgende boete kan worden opgelegd niet meer geldt, zijn beide boetes terecht opgelegd.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.