ECLI:NL:RBAMS:2026:8186
Rechtbank Amsterdam
- Uitspraak
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- 12022007 WM VERZ 25-22580
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Wahv. Zaak overgenomen door een advocaat. Onvoldoende gebleken dat sprake is van onttrekking van de gemachtigde.
Uitspraak
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Vaststellen van de gemachtigde
Kort voor de zitting heeft mr. Van der Vinne (verbonden aan Max Advocaten) zich als gemachtigde gesteld. In zijn stelbrief heeft hij het door mr. N.G.A. Voorbach (verbonden aan Fortitudo Legal Concepts B.V., handelend onder de naam Verkeersboete.nl) opgestelde beroepschrift en de door mr. Voorbach ingezonden aanvullende gronden kortheidshalve bekrachtigd en heeft hij in één alinea algemeen verwoord het belang van één van de reeds aangevoerde gronden benadrukt. Mr. Van der Vinne verzoekt om twee punten toe te kennen, een punt voor de zitting en een punt het bekrachtigen en aanvullen van het beroepschrift. Onder verwijzing naar een uitspraak van de kantonrechter Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2026:635) voert hij aan dat de door hem als advocaat verleende bijstand niet verleend is door een no cure no pay bedrijf en dat het daarom niet redelijk is om de verminderingsfactor toe te passen.
Omdat de eerdere gemachtigde zich niet onttrokken had, heeft de griffie aangegeven mr. Van der Vinne niet als gemachtigde te kunnen toevoegen en hem om opheldering gevraagd. Daarop is van mr. Voorbach een e-mailbericht ontvangen met de volgende inhoud: “Wij verlenen in dit dossier uitsluitend nog een administratieve rol. De gemachtigde is thans Max Advocaten. U kunt de uitspraak wél per post naar ons kantoor versturen omdat wij de administratieve afhandeling namens Max Advocaten verrichten.”
Omdat het gebruikelijk is dat een gemachtigde die zich onttrekt niet langer bij de zaak betrokken is en het opvallend is dat op een aan mr. Van der Vinne gestelde vraag door mr. Voorbach geantwoord wordt, heeft de kantonrechter op de zitting gevraagd of mr. Van der Vinne door de betrokkene bepaaldelijk gemachtigd was, anders gezegd of hij contact met de betrokkene had gehad. Mr. Van der Vinne gaf aan dat er geen ander contact geweest is met betrokkene dan dat aan de betrokkene een opdrachtbevestiging is gestuurd, die door betrokkene ondertekend is geretourneerd. Aangezien aan een opdrachtbevestiging een opdracht vooraf hoort te gaan heeft de kantonrechter gevraagd hoe de opdracht door betrokkene dan verleend was, waarop aangegeven is dat dit via mr. Voorbach gelopen is. Dit vindt bevestiging in de door mr. Voorbach aangegeven voortdurende betrokkenheid van zijn kantoor bij de zaak.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende gebleken is dat er sprake is van onttrekking als gemachtigde. De kantonrechter heeft het er op basis van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden voor te houden dat mr. Van der Vinne op voorspraak van mr. Voorbach betrokkene ter zitting heeft vertegenwoordigd binnen het kader van een door betrokkenen aan Fortitudo Legal Concepts B.V. (Verkeersboete.nl) met recht van substitutie gegeven volmacht en bijbehorende afspraken. Het is immers volstrekt onaannemelijk dat betrokkenen - die Verkeersboete.nl als gemachtigde hebben ingeschakeld juist omdat via dat kantoor gratis bezwaar (no cure no pay) gemaakt kan worden tegen verkeersboetes - kort voor de zitting een advocaat als gemachtigde inschakelen, die zich voor zijn diensten moet laten betalen óók als het beroep niet slaagt. Temeer omdat in beroepszaken bij de kantonrechter het eerder bij de officier van justitie ingediende beroep ongegrond is verklaard, en de betrokkene derhalve bekende is met het risico dat zijn of haar beroep niet slaagt. Daar komt nog bij dat het initiatief niet van betrokkene is uitgegaan en mr. Van der Vinne de betrokkene in het geheel niet heeft gezien of gesproken.
Inhoudelijke beoordeling
5. Allereerst dient beoordeeld te worden of betrokkene kan worden ontvangen in het beroep bij de kantonrechter.
6. Bij brieven 5 juni 2025 en 23 juni 2025 is betrokkene in de onderhavige zaak op de verplichting tot het betalen van zekerheid gewezen. Bij beide brieven is betrokkene er tevens op gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de zekerheid niet wordt voldaan.
7. Nu van betrokkene geen stukken met betrekking tot de financiële situatie zijn ontvangen en hetgeen door betrokkene in dit kader bij het beroepschrift is aangevoerd onvoldoende specifiek is, is niet vast komen te staan dat het bedrag aan zekerheid van € 225,00 redelijkerwijs niet van haar kan worden gevergd. Gelet hierop wordt dit bedrag gehandhaafd.
8. Aan betrokkene wordt een termijn van zes weken verleend om dit bedrag te voldoen. Betrokkene wordt er nogmaals op gewezen dat het niet tijdig voldoen van dit bedrag kan leiden tot het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.