ECLI:NL:RBDHA:2026:17982
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.58740, NL25.58739 en NL25.51855
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Hersteluitspraak
Uitspraak
Procesverloop
2. Eisers hebben op 30 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stellen van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag 1] respectievelijk [geboortedatum] [geboortedag 2] .
2.1.
Eisers hebben de minister op 12 september 2025 in gebreke gesteld, omdat de minister niet op tijd op hun aanvraag heeft beslist. Op 23 oktober 2025 hebben eisers beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. Dit beroep is geregistreerd onder kenmerk NL25.51855.
2.2.
De minister heeft met de bestreden besluiten van 24 november 2025 de aanvragen in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Aan eisers is een terugkeerbesluit opgelegd waarin staat dat zij binnen vier weken moeten vertrekken.
2.3.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog
genomen besluit. Eisers hebben daarnaast nog afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het beroep van eiser is geregistreerd onder kenmerk NL25.58739 en dat van eiseres onder kenmerk NL25.58740.
2.4.
Op 8 januari 2026 heeft de rechtbank het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 januari 2026 is de uitspraak van 6 januari 2026 vervallen verklaard.
2.5.
De rechtbank heeft de beroepen gevoegd op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en eiser (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van eisers, en de gemachtigde van de minister.
2.6.
Op 19 februari 2026 heeft de rechtbank besloten het onderzoek te heropenen. Eisers hebben in beroep kopieën van pamfletten ingebracht (inclusief vertaling). De rechtbank acht een onderzoek door Bureau Documenten noodzakelijk en wenst vervolgens van de minister te vernemen in hoeverre de uitkomst van het onderzoek invloed heeft op de besluitvorming. Vervolgens krijgen eisers de gelegenheid te reageren.
2.7.
Op 25 februari 2026 heeft de minister een reactie gegeven. Op 16 april 2026 hebben eisers gereageerd. De minister heeft op 23 april 2026 een e-mail van 25 februari 2026 van een documentonderzoeker van Bureau Documenten aan het dossier toegevoegd.
2.8.
De rechtbank heeft partijen medegedeeld dat een nadere zitting achterwege zal worden gelaten, tenzij één van de partijen binnen een termijn van twee weken zal aangeven een nadere zitting te wensen. Van partijen is geen reactie ontvangen. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.