ECLI:NL:RBDHA:2026:18062
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/665314 / HA ZA 24-365
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Benoeming tweede deskundige (psychiater) (vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2025:6546). Disclosure statement voorafgaand aan inhoudelijke onderzoek. Uitlaten partijen.
Uitspraak
1 De verdere procedure en beoordeling
1.1.
De rechtbank heeft in deze zaak op 25 maart 2026 een (tweede) tussenvonnis gewezen waarbij is overwogen dat de rechtbank aanleiding ziet om een psychiater als tweede deskundige te benoemen, aan wie de IWMD-vraagstelling wordt voorgelegd zoals deze luidt op de datum van het vonnis waarin de deskundige wordt benoemd.
1.2.
Partijen hebben op 8 april 2026 laten weten akkoord te zijn met de door de rechtbank voorgestelde persoon van de deskundige ([naam 1] van WPEX). Zij bleek echter het onderzoek niet te kunnen uitvoeren en heeft een collega-psychiater –
[naam 2] van WPEX (hierna: [naam 2]) – aangeraden. In een e-mailbericht van WPEX van 18 mei 2026 is vermeld dat [naam 2] het onderzoek kan uitvoeren en dat hij vrij staat van partijen. Van [naam 2] is ook een kostenbegroting ontvangen.
1.3.
Vervolgens heeft de rechtbank partijen gevraagd of zij kunnen instemmen met benoeming van [naam 2] en zijn kostenbegroting. [eiseres] heeft per e-mailbericht van
8 juni 2026 laten weten daarmee akkoord te zijn. Allianz heeft per e-mailbericht van
8 juni 2026 gemeld bezwaar te hebben tegen benoeming van [naam 2] als deskundige, omdat de medisch adviseur van Allianz van [naam 2] alleen een (onduidelijke) rapportage heeft gezien in een UWV-kwestie terwijl het hier gaat om een civiele zaak waarin het medisch causaal verband centraal staat. Allianz heeft een andere psychiater voorgesteld ([naam 3]). [eiseres] heeft per e-mailbericht van 16 juni 2026 – terecht – meegedeeld dat [naam 3] geen nieuwe zaken meer aanneemt volgens zijn website. [eiseres] vraagt [naam 2] te benoemen.
1.4.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank zal voorbijgaan aan het door Allianz geuite bezwaar tegen benoeming van [naam 2]. Dat bezwaar houdt in dat hij geen civielrechtelijke (letsel)schadekwesties zou behandelen. Psychiater [naam 2] heeft zich bereid verklaard het onderzoek in de onderhavige (letsel)zaak te verrichten, waaruit volgt dat hij zich daartoe in staat acht. Ook constateert de rechtbank net als [eiseres] dat [naam 2] – anders dan Allianz stelt – wel degelijk eerder in een civiele procedure als deskundige is benoemd (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBDHA:2026:12301). Bovendien zal aan [naam 2] worden gevraagd een zogenoemd disclosure statement af te geven, waarmee hij inzicht geeft in onder meer relevante (werk)ervaring en achtergrond.
1.5.
De rechtbank ziet aanleiding om [naam 2] te vragen het disclosure statement af te geven alvorens over te gaan tot het inhoudelijke onderzoek. De in het disclosure statement opgenomen vragen dienen ter verdere beoordeling van de vraag of [naam 2] in deze zaak als deskundige kan optreden. Aan [naam 2] zal na afgifte van het disclosure statement de IWMD-vraagstelling worden voorgelegd, tenzij de inhoud van het disclosure statement en de reacties daarop van partijen aanleiding zouden geven tot een andere beslissing.
1.6.
De rechtbank zal thans overgaan tot benoeming van [naam 2] als deskundige. Hij dient – zoals hiervoor is vermeld – allereerst de hierna onder de beslissing vermelde vragen (disclosure statement) te beantwoorden, waarna partijen zich daarover mogen uitlaten.
1.7.
De rechtbank ziet aanleiding om – net als in het tussenvonnis van 2 april 2025 – te bepalen dat Allianz het voorschot dient te voldoen. In dat vonnis is toegelicht dat als hoofdregel geldt (op grond van artikel 195 Rv) dat de eisende partij het voorschot dient te voldoen, maar dat de rechtbank in de omstandigheid dat Allianz aansprakelijkheid heeft erkend aanleiding ziet om van die hoofdregel af te wijken. Om redenen van praktische aard, zal de rechtbank Allianz opdragen om nu reeds het volledig door [naam 2] begrote voorschot (van € 10.487,97 incl. btw) te deponeren.
1.8.
De rechtbank wijst er nu reeds op dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.
1.9.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de andere partijen te verstrekken.
1.10.
In afwachting van de afgifte door [naam 2] van het disclosure statement en de reacties daarop van partijen, zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.