ECLI:NL:RBDHA:2026:18223
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.36492
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Beroep tegen afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, beroep van eiser 1 gegrond, beroep van eiser 2 niet-ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser 2 niet-ontvankelijk is, omdat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser 1 niet valt onder het jongvolwassenenbeleid. Allereerst overweegt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser 1 en zijn ouders niet altijd hebben samengewoond. Ten tweede oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser 1 in zijn eigen onderhoud voorziet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er tussen eiser 1 en zijn ouders geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.