Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBDHA:2026:18226

Rechtbank Den Haag

Uitspraak
1 juli 2026
Zaaknummer
NL25.12845 en NL25.12847
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak

Inhoudsindicatie

Beroep tegen de afwijzing voor een verblijfsdocument EU/EER, beroep ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tijdens de beroepsprocedure is referente overleden. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat eiser geen proces-belang heeft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat er niet is gebleken van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in het arrest K.A. waarbij sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat eiser en referent op geen enkele wijze van elkaar konden worden gescheiden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en de belangenafweging in het kader van het gezinsleven en privéleven voldoende heeft gemotiveerd. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden. De rechtbank is van oordeel dat de overige beroepsgronden niet slagen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.