Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBDHA:2026:18242

Rechtbank Den Haag

Uitspraak
3 juli 2026
Zaaknummer
NL24.36141
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie

MK Jemen, alleenstaande minderjarige vluchteling, de rechtbank komt tot het oordeel dat niet inzichtelijk is geworden hoe de elementen uit het arrest CF en DN samen hebben geleid tot de conclusie dat in Jemen geen sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld. De minister heeft niet op deugdelijke wijze de humanitaire omstandigheden betrokken en daarmee niet in lijn gehandeld met de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025. De rechtbank is wel van oordeel dat de minister heeft kunnen afzien van nader onderzoek naar adequate opvang in Saoedi-Arabië. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de minister niet heeft voldaan aan de opdracht van de Afdeling in haar uitspraak van 16 juli 2025 door niet te beoordelen of de humanitaire omstandigheden in Jemen die geen verband houden met willekeurig geweld, strijd opleveren met artikel 3 van het EVRM. Beroep gegrond. De rechtbank heeft voorafgaand de zitting een kindgesprek met eiser gevoerd en in de bijgevoegde kindbrief de uitspraak op kindvriendelijke wijze uitgelegd.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.