ECLI:NL:RBDHA:2026:18454
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- AWB26-10743
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
Spoedvovo opvangvoorzieningen COa. De vraag is of de opvang van rechtswege is geëindigd, omdat verzoeker ‘rechtmatig verwijderbaar’ zou zijn. Die term wordt in nationale wetgeving niet uitgelegd, zodat de voorzieningenrechter hem richtlijnconform uitlegt. Niet is gebleken dat verzoeker ‘rechtmatig verwijderbaar’ is bij een richtlijnconforme uitleg. Ook niet is gebleken dat verzoeker op andere (nationaalrechtelijke) gronden moet worden aangemerkt als ‘rechtmatig verwijderbaar’. De opvang is dus niet van rechtswege geëindigd en de voorzieningenrechter is bevoegd kennis te nemen van het besluit van het COa waar de beëindiging van de opvang uit voortvloeit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, omdat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en omdat de minister van Asiel en Migratie nog stappen moet zetten in het onderzoek naar verzoekers asielstatus in Griekenland.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.