ECLI:NL:RBDHA:2026:18516
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- AWB 26/2838
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
IRV / gegrond – eiseres, afkomstig uit Colombia, is in juni 2023 Spanje ingereisd en heeft haar visumvrije termijn met 828 dagen overschreden. Zij stelt een relatie te hebben met een man die de Zweedse nationaliteit heeft en dat zij naar Colombia wilde terugkeren om een verblijfsvergunning bij de Zweedse autoriteiten in Bogotá aan te vragen. Eiseres maakt bij haar uitreis een tussenstop op luchthaven Schiphol en wordt gecontroleerd door de Kmar. De Kmar stelt een terugkeerbesluit vast en reikt een voornemen tot het uitvaardigen van een inreisverbod uit met de mededeling dat eiseres een zienswijze kan indienen. Eiseres stelt -uitsluitend- beroep in tegen het inreisverbod. Artikel 5 van richtlijn 2008/115 brengt ook verplichtingen voor de rechtbank mee. De rechtbank komt tot de conclusie dat de wijze waarop het terugkeerbesluit is vastgesteld zodanig onzorgvuldig is, dat dit niet ten grondslag kan worden gelegd aan het inreisverbod. Het inreisverbod is onzorgvuldig voorbereid en daarom moet het beroep gegrond worden verklaard.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.