ECLI:NL:RBDHA:2026:18533
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.4403
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Eiser heeft tussen 2012 en 2016 banden gehad met de Gülenbeweging. Eiser heeft op een militaire school gezeten. Na de couppoging is eiser gearresteerd en heeft hij vastgezeten. Uiteindelijk is eiser vrijgesproken. De minister heeft zijn aanvraag afgewezen. De minister vindt het asielrelaas van eiser geloofwaardig maar volgens de minister heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer gegronde vrees heeft voor vervolging. Met toepassing van het arrest Quotal van het HvJEU maakt de rechtbank een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling van zowel de feiten als de behoefte aan internationale bescherming. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister de asielaanvraag van eiser ten onrechte heeft afgewezen. De rechtbank betrekt hierbij dat eiser, zoals ook niet in geschil is, eerder is vervolgd. Dit is een duidelijke aanwijzing dat de vrees voor vervolging gegrond is, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat die vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan niet gebleken. Eiser heeft een document van het Hof van Cassatie overgelegd waaruit blijkt dat het OM heeft verzocht om eisers dossier opnieuw te onderzoeken. Hieruit komt naar voren dat eisers strafzaak nog niet gesloten is. Dit is ook niet onaannemelijk gelet op de landeninformatie. Hieruit blijkt dat personen die eerder werden verdacht en/of een sepot hebben gekregen in de negatieve belangstelling kunnen staan. Daar komt bij dat eiser een militaire cadet is geweest en die specifieke groep staat onder extra aandacht van de autoriteiten. Gelet op de landeninformatie en de persoonlijke omstandigheden van eiser heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Turkije gegronde vrees heeft voor vervolging. De minister heeft zijn aanvraag dan ook ten onrechte afgewezen. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Op basis van alle relevante feitelijke en juridische gegevens en na een uitputtend en geactualiseerd onderzoek van de behoefte aan internationale bescherming van eiser stelt de rechtbank vast dat aan eiser internationale bescherming moet worden verleend als vluchteling. De rechtbank verwijst de zaak daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen, tenzij er zich feitelijke of juridische gegevens aandienen die objectief een nieuwe geactualiseerde beoordeling vereisen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.