ECLI:NL:RBDHA:2026:18534
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.4401
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Eiser heeft als [functie] gewerkt in Turkije. Hij is betrokken bij de Gülenbeweging. Na de couppoging in 2016 is hij opgepakt en uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en zes maanden. In detentie is eiser gemarteld. Na vier jaar detentie is eiser voorwaardelijk in vrijheidgesteld. Gedurende zijn proeftijd heeft eiser Turkije verlaten en in Nederland asiel aangevraagd. De minister heeft zijn aanvraag afgewezen. De minister vindt het asielrelaas van eiser geloofwaardig maar volgens de minister heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer gegronde vrees heeft voor vervolging. Met toepassing van het arrest Quotal van het HvJEU maakt de rechtbank een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling van zowel de feiten als de behoefte aan internationale bescherming. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister de asielaanvraag van eiser ten onrechte heeft afgewezen. De rechtbank betrekt hierbij dat eiser, zoals ook niet in geschil is, eerder is vervolgd. Dit is een duidelijke aanwijzing dat de vrees voor vervolging gegrond is, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat die vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan niet gebleken, in tegendeel zelfs. Eiser is gedurende zijn proeftijd uit Turkije vertrokken. Hij heeft zich daarmee niet aan de voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling gehouden. Verder blijkt uit landeninformatie dat individuen die een deel van hun straf niet hebben uitgezeten in de negatieve belangstelling kunnen staan. Verder heeft eiser geloofwaardig verklaard over dat de politie sinds zijn vertrek meerdere keren bij zijn familie aan de deur is geweest. Uit landeninformatie volgt eveneens dat Gülenisten nog steeds risico lopen op vervolging. Eiser heeft dit ook onderbouwd door in beroep een document te overleggen van de 21e meervoudige strafkamer waaruit blijkt dat zijn strafdossier weer is opgevraagd. Andere personen die op die lijst staan, zijn inmiddels gearresteerd. Tot slot heeft eiser in Nederland activiteiten ontplooit bij Gülenistische bewegingen. Gelet op de landeninformatie en de persoonlijke omstandigheden van eiser heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Turkije gegronde vrees heeft voor vervolging. De minister heeft zijn aanvraag dan ook ten onrechte afgewezen. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Op basis van alle relevante feitelijke en juridische gegevens en na een uitputtend en geactualiseerd onderzoek van de behoefte aan internationale bescherming van eiser stelt de rechtbank vast dat aan eiser internationale bescherming moet worden verleend als vluchteling. De rechtbank verwijst de zaak daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen, tenzij er zich feitelijke of juridische gegevens aandienen die objectief een nieuwe geactualiseerde beoordeling vereisen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.