Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBDHA:2026:18538

Rechtbank Den Haag

Uitspraak
6 juli 2026
Zaaknummer
NL26.19327 en NL26.19328
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak

Inhoudsindicatie

Dublin België. Niet-kwetsbare alleenstaande man. De rechtbank is van oordeel dat de door de minister ingebrachte brief van Fedasil van 5 februari 2026 nog onvoldoende zekerheid geeft over de asielopvangcapaciteit van België. De rechtbank kan uit de brief niet opmaken of de asielzoekers die in heel België in de nood- en daklozenopvang zitten vanuit die tijdelijke opvang direct geplaatst kunnen worden in de reguliere federale opvang, of dat ook zij eerst via de ‘doorstroomlijst’ een plek toegewezen moeten krijgen in de extra gerealiseerde humanitaire opvangplaatsen. De brief geeft daarnaast ook geen inzicht in het aantal asielzoekers dat in heel België in de nood- en daklozenopvang zit. Hierdoor blijft er naar het oordeel van de rechtbank te veel onzekerheid bestaan over het aantal beschikbare plekken voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen. De rechtbank betrekt bij dit oordeel dat de Afdeling in haar uitspraak van 23 juli 2025 ook al tot de conclusie kwam dat het onduidelijk was hoeveel plaatsen er daadwerkelijk beschikbaar waren in de nood- en daklozenopvang voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen, waardoor het ook onduidelijk was hoeveel van dit soort mannen daar verbleven.[1] De Fedasilbrief heeft deze onduidelijkheid niet weggenomen. Het bestreden besluit is om die reden gebrekkig gemotiveerd. Beroep gegrond, verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.