ECLI:NL:RBDHA:2026:19038
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.8331 en NL24.28726
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Verblijf bij partner afgewezen. Turks Associatierecht. Besluit 1/80. Beroep ongegrond
Uitspraak
Procesverloop
2.1.
Eiser heeft op 25 april 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘verblijf als familie of gezinslid’ voor verblijf bij zijn partner [persoon] . (hierna: referente).
2.2.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 15 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 maart 2025 heeft de minister het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening.
2.3.
De rechtbank heeft het verzoek op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1.
Eiser is geboren op [geboortedag] 1999 en heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft een aanvraag ingediend om bij referente te verblijven en heeft verzocht om het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod op te heffen. Referente heeft de Nederlandse en Turkse nationaliteit. Eiser woont sinds 2022 in Nederland. Hij heeft nog nooit een verblijfsvergunning gehad. Eiser en referente zijn gehuwd.
3.2.
De minister heeft de aanvraag van 25 april 2024 afgewezen omdat eiser geen geldige mvv heeft en hij niet wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste. Met het bestreden besluit is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiser wordt niet vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van het Turks Associatierecht omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden. De minister stelt dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste niet in strijd is met het Turks Associatierecht. Eiser heeft namelijk geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan hij zou moeten worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Ook de uitzetting van eiser is niet in strijd met zijn familieleven en privéleven in de zin van artikel
8 van het EVRM. De minister heeft een belangenafweging gemaakt en die is in het nadeel van eiser uitgevallen.
Standpunt van eiser
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst voert eiser aan dat hij moet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van het Turks Associatierecht (hierna: Associatierecht). Eiser meent dat de minister het mvv-vereiste niet mag tegenwerpen als zelfstandige weigeringsgrond omdat dit in strijd is met de standstill-bepaling. Ook is het besluit een schending van de rechten van eiser en referente onder het Associatierecht. Daarnaast heeft de minister de omstandigheden van eiser ten onrechte niet beoordeeld als bijzondere individuele omstandigheden. Eiser is getrouwd en komt financieel ten laste van referente. Referente heeft de Nederlandse en de Turkse nationaliteit en is in loondienst. Eiser heeft sterke banden met Nederland. De minister had deze omstandigheden moeten begrijpen als bijzondere individuele omstandigheden en hij had deze omstandigheden moeten beoordelen. De omstandigheden hadden aanleiding moeten geven tot een hoorzitting in bezwaar. Ten slotte betoogt eiser dat het terugkeerbesluit en inreisverbod moeten worden opgeheven.
Turks Associatierecht
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser niet hoefde vrij te stellen van het mvv-vereiste op grond van het Turks Associatierecht. Allereerst heeft de minister het mvv-vereiste mogen tegenwerpen als zelfstandige weigeringsgrond. Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het toepassen van het mvv-vereiste bij aanvragen van Turkse onderdanen niet in strijd is met het Associatierecht, zolang dat niet verder gaat dan noodzakelijk en het mogelijk is om rekening te houden met bijzondere individuele omstandigheden.
5.2.
Verder volgt de rechtbank eiser niet in zijn standpunt dat het bestreden besluit in strijd is met eisers rechten onder het Turks Associatierecht. Eiser kan namelijk geen rechten ontlenen aan artikel 13 van het Besluit 1/80, dan wel artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol, omdat hij niet binnen de reikwijdte van dit artikel valt. Eiser heeft geen verblijfsrecht als gezinslid van een Turkse werknemer op grond van artikel 7 van het Besluit 1/80. Hoewel referente naast de Nederlandse ook de Turkse nationaliteit bezit en werknemer is in Nederland, heeft eiser niet de in artikel 7 van het Besluit 1/80 vereiste toestemming gekregen om zich bij haar te voegen. Verder is niet gebleken dat eiser is aan te merken als Turkse werknemer dan wel Turkse zelfstandige.
5.3.
De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn betoog dat het bestreden besluit in strijd is met de rechten van referente onder het Associatierecht. Referente kan weliswaar rechten ontlenen aan het Associatierecht, maar volgens de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat niet is gebleken van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat referente wordt gedwongen om Nederland te verlaten als eiser naar Turkije moet om een mvv aan te vragen.
Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel
6.1.
Eiser heeft in beroep aangevoerd dat, anders dan de minister stelt, wel sprake is van bijzondere omstandigheden. Eiser komt namelijk financieel ten laste van referente en is met haar gehuwd. Verder verricht referente arbeid in loondienst en heeft eiser sterke banden met Nederland.
6.2.
De rechtbank overweegt dat uit het arrest Yön volgt dat het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel vereist dat de regels voor het vasthouden aan het mvv-vereiste niet verder gaan dan noodzakelijk is om het daarmee nagestreefde doel te verwezenlijken. De hoogste bestuursrechter heeft in haar uitspraak van 29 maart 2019 uiteengezet hoe de toets aan bijzondere, individuele omstandigheden moet worden toegepast. De minister moet bij die toets eerst uitgaan van de veronderstelling dat aan alle materiële voorwaarden voor de vergunning wordt voldaan. Vervolgens moet de minister toetsen of de aangevoerde bijzondere omstandigheden, in combinatie met het voldoen aan de voorwaarden, maken dat het onevenredig is om vast te houden aan het mvv-vereiste. Als dat het geval is, dan moet de minister vervolgens toetsen aan de inhoudelijke voorwaarden voor de vergunning. Hieruit volgt dat de bijzondere individuele omstandigheden niet al op zichzelf de hoge lat van de onevenredigheid behoeven te halen, maar slechts zwaarwegend genoeg moeten zijn om – in samenhang met de aanname dat wordt voldaan aan de voorwaarden – tot onevenredigheid te concluderen. De lat waaraan de bijzondere omstandigheden moeten voldoen ligt bij deze toets dus lager dan dat zij op zichzelf al moeten leiden tot onevenredigheid.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de omstandigheden die eiser heeft aangevoerd niet kwalificeren als bijzondere, individuele omstandigheden waardoor het onevenredig bezwarend zou zijn om een mvv van eiser te verlangen, als hij aan alle materiële vereisten zou voldoen. De rechtbank kan zich vinden in het standpunt van de minister dat de omstandigheden die eiser aanvoert, namelijk dat hij en zijn echtgenote de Turkse nationaliteit hebben, dat zij arbeid in loondienst verricht, dat eiser daarmee onder het toepassingsbereik van Besluit 1/80 valt en dus voldoet aan de voorwaarden voor de gevraagde verblijfsvergunning, niet maken dat eiser zou moeten worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Daarvoor zijn de feiten en omstandigheden die eiser heeft aangevoerd te algemeen van aard, niet nader onderbouwd en dus ook niet onevenredig bezwarend. Er is dus geen sprake van een motiveringsgebrek.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.