ECLI:NL:RBDHA:2026:19357
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.56506
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Intrekking van reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitair’. Bij het bestreden besluit heeft de minister ook geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijk humanitair’ te verlenen. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de intrekking van de verblijfsvergunning deugdelijk heeft gemotiveerd. Ook heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat er niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier aan eiseres wordt verleend en dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Eiseres heeft dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.