ECLI:NL:RBDHA:2026:19404
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.7568
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan ongeloofwaardig zijn. De rechtbank ziet, gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van eiseres, geen mogelijke motivering voor de minister om de seksuele gerichtheid van eiseres en de problemen als gevolg daarvan niet aan te nemen. De rechtbank acht het asielmotief dan ook geloofwaardig. De minister zal een nieuw besluit op de aanvraag van eiseres moeten nemen. Daarbij moet de minister uitgaan van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg daarvan. De minister moet een beoordeling maken van de zwaarwegendheid van dit asielmotief.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.