ECLI:NL:RBDHA:2026:19805
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.36567
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Vrijheidsontnemende maatregel o.g.v. artikel 6, derde lid van de Vw (grensdetentie). Het ontbreken van een fysieke handtekening maakt de maatregel niet onrechtmatig vanwege de aanwezigheid van een geldige, verifieerbare digitale handtekening. Niet gebleken dat de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend is. Ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Procesverloop
2. Bij besluit van 1 juli 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vw een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
2.1.
De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
2.2.
Partijen hebben ingestemd met het schriftelijk uitwisselen van standpunten. Eiser heeft op 6 juli 2026 gronden van beroep ingediend. De minister heeft op 8 juli een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
3. De minister kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een
asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er
nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of
plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure
om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de
screeningsprocedure. Op grond van artikel 5.1a van het Vb wordt een vrijheidsontnemende
maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het
grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van
bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend
maken.
4. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de
toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij
afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond
van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.
Is de vrijheidsontnemende maatregel terecht aan eiser opgelegd?
Wat is het standpunt van eiser?
5. Eiser voert aan dat de maatregel van meet af aan onrechtmatig is vanwege het ontbreken van een fysieke handtekening op de zogeheten M18A, M19B en M101 formulieren. Dit betreffen de beschikking uitstel toegangsweigering voor asielzoekers, de vrijheidsontnemende maatregel en het ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren. Daarnaast zijn er volgens eiser in zijn geval bijzondere individuele omstandigheden, die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Deze omstandigheden zijn enerzijds gelegen in de gezondheidssituatie van eiser en anderzijds in de nacht die eiser op de lounge van Schiphol heeft doorgebracht waar het koud was. Deze nacht heeft zijn gezondheidstoestand, in het bijzonder de hernia, verslechterd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank volgt eiser om te beginnen niet in zijn beroepsgrond over dat het ontbreken van een fysieke handtekening tot onrechtmatigheid van de vrijheidsontneming leidt. De rechtbank stelt vast dat de zogeheten M18A, M19B en M101 formulieren zijn voorzien van datum en tijdstip van de handtekening, personalia en functie van de verbalisant en dat op de documenten vermeld staat dat ze vanwege digitale ondertekening niet zijn voorzien van een fysieke handtekening. De ondertekening is hiermee geldig en verifieerbaar. De rechtbank ziet hierin dan ook geen onrechtmatigheid.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken dat de vrijheidsontneming voor eiser onevenredig bezwarend is. Deze stelling is door eiser niet met documenten onderbouwd en ook in het dossier bevinden zich geen aanknopingspunten voor de conclusie dat eiser detentieongeschikt zou zijn. De medische omstandigheden waar eiser naar verwijst, namelijk dat hij last heeft van een hernia en vocht in zijn linker knie, zijn door de minister kenbaar betrokken in de maatregel. De minister heeft hierover in de maatregel opgenomen dat deze omstandigheden de maatregel niet onevenredig bezwarend maken omdat eiser heeft aangegeven verder gezond te zijn en dat hij geen problemen heeft met de tijdelijke vrijheidsontnemende maatregel. Er is meegenomen dat er een medische dienst aanwezig is tot wie eiser zich te allen tijde kan wenden en dat er geen andere omstandigheden naar voren zijn gekomen die de vrijheidsontnemende maatregel onevenredig bezwarend maken. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat eiser om medische redenen niet in staat is om bewaring te ondergaan of dat zijn klachten zijn verergerd in detentie.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
8. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de
rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. In het licht van het grensbewakingsbelang kan de maatregel in stand blijven.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.