ECLI:NL:RBDHA:2026:20004
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.55365
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Regulier. Eiseres heeft verzocht om een reguliere verblijfsvergunning met het verblijfsdoel tijdelijke humanitaire gronden. De minister heeft de aanvraag eerst afgewezen en daarna met de beslissing op het bezwaar van eiseres ingewilligd, omdat eiseres pas tijdens de hoorzitting heeft aangetoond dat zij aan de voorwaarden van de vergunning voldeed. De minister is dan ook uitgegaan van de datum van de hoorzitting als ingangsdatum van de verblijfsvergunning. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister ten onrechte de verblijfsvergunning heeft verleend met als ingangsdatum de datum van de hoorzitting. De minister had de verblijfsvergunning moeten verlenen met als ingangsdatum de datum van de aanvraag. Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.