ECLI:NL:RBDHA:2026:20559
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/704299 / KG ZA 26-452
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige overheidsdaad? Kort geding. Collectieve actie tbv omwonenden Tata Steel mbt (mogelijke) maatwerkafspraak.
Uitspraak
1 Waar gaat deze zaak over en wat is de beslissing?
1.1.
Dit kort geding gaat over een maatwerkafspraak die de Staat binnenkort wil maken met staalproducent Tata Steel. Tata Steel is momenteel de grootste uitstoter van CO₂ in Nederland en de staalproductie door Tata Steel leidt tot gezondheidsrisico’s voor omwonenden. De beoogde maatwerkafspraak zou tot de deels gesubsidieerde verduurzaming van de staalproductie in de IJmond moeten leiden. Op dit moment wordt over de precieze inhoud van de afspraak nog onderhandeld. De bedoeling van de Staat is om uiterlijk 30 september aanstaande tot definitieve afspraken te komen met Tata Steel.
1.2.
Gezondheid op 1 behartigt onder meer de belangen van degenen die in de omgeving van de staalproductie-installaties van Tata Steel wonen. In dit kort geding komt Gezondheid op 1 namens hen op tegen de voorgenomen maatwerkafspraak tussen de Staat en Tata Steel. Gezondheid op 1 stelt dat de Staat bij het maken van deze afspraak te weinig oog heeft voor de gezondheidsbelangen van de omwonenden. Volgens Gezondheid op 1 hebben de omwonenden onvoldoende mogelijkheden tot inspraak gehad en is er te weinig onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van de beoogde uitstootdoelen. Gezondheid op 1 vreest dat de omwonenden aan het kortste eind zullen trekken, omdat hun gezondheidsbelangen in de maatwerkafspraak niet worden gewaarborgd. Ook vreest Gezondheid op 1 dat Tata Steel niet levensvatbaar zal blijken, zelfs niet met de twee miljard euro subsidie van de Staat. Als de Staat niet opnieuw geld zal willen bijleggen, zal het er volgens Gezondheid op 1 op uitdraaien dat de oude, vervuilende installaties alleen maar langer hebben kunnen draaien als gevolg van de subsidie van twee miljard euro. Met haar vorderingen wil Gezondheid op 1 voorkomen dat de belangen van omwonenden onomkeerbaar worden geschaad. Zij vordert dat de Staat de procedurele waarborgen van een zorgvuldig besluitvormingsproces alsnog in acht neemt en de Staat geen afspraken maakt met Tata Steel waarin de belangen van omwonenden onvoldoende zijn gewaarborgd.
1.3.
De voorzieningenrechter beoordeelt de vorderingen van Gezondheid op 1 tegen de achtergrond dat de Staat een grote mate van vrijheid heeft bij de uitvoering van zijn publieke taak. De afweging om een maatwerkafspraak aan te gaan en de inhoud van zo’n afspraak behoren bij uitstek tot het domein van de (wetgevende en) uitvoerende macht, omdat daarbij verschillende maatschappelijke belangen moeten worden afgewogen. Naast de gezondheids-belangen van de omwonenden, spelen bijvoorbeeld economische belangen – waaronder die van de werkgelegenheid – en het belang van zoveel mogelijk strategische autonomie van Nederland en Europa. Dat betekent dat de rechter zich terughoudend moet opstellen in zijn beoordeling. Daarbij komt dat in deze zaak de rechter wordt ingeschakeld tijdens het (politieke) proces om tot een maatwerkafspraak te komen. Anders dan bij een beoordeling achteraf, dient de rechter terughoudend te zijn bij het sturen van dat politieke proces. Ten slotte is nog van belang dat de vorderingen zijn ingesteld in een kortgedingprocedure. De rechter in kort geding kan alleen in het geval van evidente onrechtmatigheid (slechts) ordemaatregelen nemen. Dat laatste zou aan de orde kunnen zijn bij een evidente schending van een verdragsbepaling die fundamentele (mensen)rechten beschermt, zoals het recht op bescherming van de leefomgeving dat uit artikel 8 van het Europese mensenrechtenverdrag (EVRM) voortvloeit.
1.4.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat zijn uit artikel 8 EVRM voortvloeiende verplichtingen op dit moment (nog) niet (evident) schendt. De Staat heeft voldoende onderzoek laten doen naar de gezondheidseffecten, onder meer door het RIVM. Verder is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende mogelijkheid tot inspraak geweest en verplicht het Verdrag van Aarhus de Staat niet om verdere inspraak te bieden. De Staat is daarnaast vrij in de keuze voor uitstootdoelstellingen (in plaats van gezondheidsdoelstellingen), ook omdat aannemelijk is dat vermindering van uitstoot tot gezondheidsverbetering leidt.
1.5.
De keuze voor uitstootdoelstellingen in plaats van gezondheidsdoelstellingen heeft wel tot gevolg dat een goed, onafhankelijk systeem voor de monitoring van de uitstoot van eminent belang zal zijn. Er moet natuurlijk wel kunnen worden vastgesteld dat de uitstootvermindering werkelijk wordt bereikt. Gezondheid op 1 heeft op dit punt de vinger op de zere plek gelegd door erop te wijzen dat tot nu toe bijna alle referentie- en monitoringsgegevens van Tata Steel zelf afkomstig zijn. Dat terwijl aan de juistheid van veel van die gegevens kan worden getwijfeld. Om vervolgens vast te kunnen stellen dat de werkelijke uitstootvermindering ook werkelijk tot gezondheidsverbetering leidt, zal gezondheidsonderzoek bij de maatwerkafspraak moeten worden betrokken en zo nodig tot bijsturing van de doelen moeten leiden.
1.6.
De Staat heeft naar voren heeft gebracht dat over de monitoring van de uitstoot en over de plaats van de (over ongeveer een jaar verwachte) gezondheidseffectrapportage nog wordt onderhandeld. De (strekking van) de maatwerkafspraak staat op die onderdelen dus nog onvoldoende vast. De voorzieningenrechter kan alleen al om die reden, nu niet vaststellen dat de Staat artikel 8 EVRM onmiskenbaar schendt of zal schenden.
1.7.
Dat solide afspraken worden gemaakt over de objectieve monitoring en de plaats van gezondheidseffectonderzoek is natuurlijk in de eerste plaats van zeer groot belang voor de (gezondheid van de) omwonenden. Daarnaast spreekt de voorzieningenrechter de verwachting uit dat de (bodem)rechter bij een beoordeling achteraf uitermate kritisch zal toetsen of werkelijk tot een solide regeling op met name deze punten zal zijn gekomen. Daarbij is van belang dat de Staat moet worden geacht de maatwerkafspraak mede aan te gaan om te voldoen aan zijn (positieve) verplichting om de omwonenden te beschermen tegen de schadelijke milieuoverlast van Tata Steel, welke verplichting volgens de Staat zelf tot nu toe “onvoldoende prioriteit heeft gekregen”. In dat licht zou de omstandigheid dat de maatwerkafspraak een te gering positief effect voor de omwonenden zal opleveren, zeker kunnen bijdragen aan het oordeel van een bodemrechter dat deze positieve verplichting is geschonden.
1.8.
Tot slot lijkt Gezondheid op 1 in deze kortgedingprocedure, onder verwijzing naar de bevindingen van een grote groep (prominente) economen, ook nog een vinger op een zere plek te leggen ten aanzien van de levensvatbaarheid van Tata Steel in de onzekere mondiale staalmarkt. Als Tata Steel ondanks de subsidie van twee miljard inderdaad noodlijdend zal blijken, is het meest aannemelijke scenario echter dat zal worden besloten tot nadere subsidieverlening. Deze uitkomst zal zonder meer nadelig zijn voor de belastingbetaler, maar dit financiële belang is niet een belang waarvoor Gezondheid op 1 opkomt. Het gevaar van de subsidiefuik is een aspect waarover men zich in de politieke besluitvorming nog maar eens goed achter de oren moet krabben. Het scenario dat niet zal worden besloten tot nadere subsidieverlening, en de oude, vervuilende installaties alleen maar langer zullen hebben kunnen draaien vanwege de twee miljard euro subsidie, is op dit moment te speculatief en niet voldoende aannemelijk om (voldoende) gewicht in de schaal te leggen.
1.9.
De voorzieningenrechter concludeert dat de vorderingen van Gezondheid op 1 niet kunnen worden toegewezen. Wel ziet de voorzieningenrechter, anders dan gebruikelijk, aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat Gezondheid op 1 op enkele punten de vinger op de zere plek heeft gelegd en dat tijdens de zitting namens de Staat is verklaard dat hij de zorgen die Gezondheid op 1 in deze procedure naar voren heeft gebracht heeft gezien en deze betrekt in de nog te maken afwegingen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.