ECLI:NL:RBDHA:2026:20580
Rechtbank Den Haag
- Uitspraak
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- NL24.14294
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Visum voor kort verblijf; Iran; twijfel over tijdige terugkeer; meewegen mvv-procedure; economische en sociale binding. Verweerder heeft in deze zaak kunnen twijfelen aan het opgegeven reisdoel, alsook aan het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren naar Iran. Verweerder heeft bij de beoordeling mogen betrekken dat een mvv-aanvraag door de zoon van eiseres is gedaan. Dat aan eiseres door Duitsland wel een visum is verstrekt, leidt niet tot een ander oordeel, nu daaraan andere feiten ten grondslag hebben gelegen, nog los van het feit dat dit Duitse visum pas in de beroepsfase is overgelegd. Verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van economische en sociale binding met Iran. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.